Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 126

2 minuten leestijd

118 en ANDREW HEWITH uit Engeland propaganda maken voor de Suttoniaansche wijze van inenten ; doch tot een algemeen worden van de kinderpokinenting heeft dit geen aanleiding gegeven. B. v. in Gouda werd de kinderpokinenting voor het eerst in 1785 toegepast bij 13 personen, in 1789 tijdens een epidemie nog bij 46. In Delft werden in 1800 voor het eerst de kinderen uit het Weeshuis geinoculeerd; bij deze gelegenheid werd de wensch uitgesproken, dat zij later deze behandeling zouden propageeren, „omdat deze kunstbewerking nog niet zeer gemeen is." Uitzondering maakt Arnhem in het jaar 1776. „Eene kwaadaardige kinderziekte heeft hier sedert eenigen tijd gewoed, welke oorzaak tot eene bijna algemeene inenting, die met het uiterste succes wordt voortgezet, gegeven heeft: het gemeene volk ent thans zelf hunne kinderen in, zonder veel omslag schrapt men de huid maar wat open, en plakt er wat pokstof op, waarna alles wel afloopt." Herhaalde malen is in den raad van Amsterdam de quaestie der inoculatie ter sprake gekomen, en sedert 1771—84 nu eens verboden, dan weer vrijgelaten, doch dan buiten de stad ; van een algemeene toepassing echter is geen sprake. Dank zij de oprichting van een „Committee van algemeen welzijn" als gevolg van de revolutie van 1795, schijnt daarna de inoculatie meer te zijn toegepast. Het vooroordeel tegen de inoculatie der kinderziekte te Vianen was zoo groot, dat tijdens een epidemie slechts twee kinderen konden ingeënt worden. Te Dordrecht hebben tijdens de hevige epidemie van 1779 slechts 11 personen die bewerking ondergaan. In 1782 te Delfshaven slechts één. In Kampen scheen het in 1783 „dat men liever verkoos door de verwoestende ziekte om te komen dan door de kunst behouden te worden." Deze en meer historische gegevens bewijzen met zekerheid het feit, dat de kinderpokinenting niet zoodanig algemeen werd toegepast, dat de volksgezondheid daardoor invloed ondervond. Berekent men, dat van 100 personen 90 in hun leven de pokken kregen en 1 op 15 daaraan ten gronde gingen dan moest om het sterftecijfer met 6 te verminderen 100 personen zijn geinoculeerd ; Van 1723—73 toen niet of weinig ingeënt werd met pokken, telde Amsterdam jaarlijksch gemiddeld 583 pokdooden ; wat wil op dit ALEX. SUTHERLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 126

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's