Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 157

2 minuten leestijd

149 in de dingen ingeschapen" (BAVINCK 1. c), maar deze ideeën Gods zijn transcendent ten opzichte van de ziel. Stof en ziel zijn natuurfactoren, Gods ideeën zijn dit niet. Zij blijven als de ideeën-wereld van PLATO (zij het dan ook op andere wijze) transcendent ten opzichte van de natuur. Het vitalisme in zijn volmaakten vorm, heeft mijns inziens eerst dan philosophische beteekenis, wanneer het tot een monadologie ') of tot een pantheïsme is uitgewerkt. Overigens is het zeer juist, wat KRONER ^) over het vitalisme schrijft: „Er lost in naïv realistischer Weise ein Problem, das sich hernach als ein Problem der Logik erweist". Man mag niet zonder meer „Kategorien zu Naturagentien umdenken". Nu behoeft het wel geen betoog, dat wij ons met deze beschouwingen over het vitalisme gericht hebben tegen datgene, wat het wezenlijke, de eigenlijke beteekenis van het vitalisme is en alle causeries over levenskrachten, regelende factoren enz. terzijde hebben gelaten. Daar ik bemerkte, dat deze kwesties echter nog velen ernstig opnemen, kan ik misschien met een enkel woord volstaan, om misverstand uit den weg te ruimen. Het begrip levenskracht, gevormd als het begrip zwaartekracht, is voor de verklaring der levensverschijnselen totaal onbruikbaar en bovendien in wijsgeerig opzicht een onding. Over dit punt bestaat vooral ook onder de moderne vitalisten zoo volkomen overeenstemming, dat ik meen te kunnen volstaan naar TILLMAN PESCH of DRIESCH te verwijzen. Ook LOTZE geeft over dit begrip een niet onaardige kritiek. Een kracht is een intensiteitsfactor, het levensprincipe een qualiteitsfactor. Het opvallende der levensverschijnselen is het doelmatige. Eindelijk ligt er reeds in het begrip van een doelmatig werkende kracht, „dass sie, um sich nach den Umstanden richten zu können, etwas von diesen leidet; und zwar von verschiedenen verschiedenes. Das „Leiden einer Kraft" aber ist eine ganz unausführbare Vorstellung. Nur reelle Elemente konen leiden " •') ') Pampsychisme van LEIBNITZ. ^) KRONER. Zweck und Oezetz. ^) Grundzüge der Naturphilosophie van HERMAN LOTZE Leipzig 1889.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 157

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's