Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59

2 minuten leestijd

51 stuit op raadselen, die voorloopig onoplosbaar zijn zelfs voor den scherpzinnigsten geest. En in zijn rede over het begrip „leven" van v. RIJNBERK valt vrijwel dezelfde toon te beluisteren, want ook hij moet op de vraag, wat het leven is, het antwoord schuldig blijven. Zelfs een eenvoudige beschrijving of omschrijvende definitie van het leven in het algemeen baart de grootste moeilijkheden. Sedert het eerste menschelijk pogen naar een verklaring der levensverschijnselen hebben de mechanistische en de vitalistische opvatting, hoe verschillend in den loop der tijden ook geformuleerd, tegenover elkander gestaan. Tevens moet hij erkennen, dat onze kennis van het zoo gecompliceerde levende altijd iets ten achter zal blijven bij die van het levenlooze, dat zooveel eenvoudiger schijnt. VisscHER wijst er terecht op, dat tusschen vitalisme en mechanisme een antithese bestaat, die samenhangt met die andere antithese, of aan den wortel van het wereldleven rede ligt dan wel of de rede resultaat en begeleidend verschijnsel der evolutie is. Ondanks de groote waarde, die aan het moderne onderzoek moet worden toegekend, blijken toch de neo-vitalisten hiervan overtuigd, dat het leven geen analogie heeft in de zuiver materieele wereld. Het mechanisme heeft goede resultaten voor de wetenschap gegeven, maar daarmede is nog niet aangetoond, dat in de schepping voor iets anders geen plaats is. Menige hypothese toch bewees diensten, totdat zij in duisternis opging door het licht, dat zij zelve had verspreid. Er bestaat echter groote overeenstemming tusschen het philosophisch materialisme en het biologisch mechanisme. Als in de levende wereld enkel en alleen de krachten en de stoffen der levenlooze natuur werkzaam zijn, dan wordt het mechanisme identisch met het materialisme, maar is dan ook even onhoudbaar. Het wil ook mij daarom voorkomen, dat het mechanisme niet in overeenstemming is met onze beginselen en wij dus ons vitalistisch standpunt niet mogen verlaten. SCHERMERS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's