Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 142

2 minuten leestijd

134 geneerde koepokstof op kinderen werden verricht, 3e een poging gedaan om runderen met pokstof te besmetten, dat laatste echter zonder gevolg. Daar anderen gelukkiger geslaagd zijn, wordt voor dit negatieve resultaat geen motief gevonden om op goede gronden de indentiteit van variola en vaccine in twijfel te trekken. Ook bij vernieuwde pogingen (1843—45) slaagde dit experiment met „slechts luttele plaatselijke verschijnselen" deden zich voor. In een afzonderlijk artikel bespreekt Dr. VAN OEUNS ') den aard en oorsprong der koepokstof en haar beveiligend vermogen tegen de menschenpokken. De indentiteit acht hij bewezen; o.a. op grond van de in elkaar overgaande kenmerken, en daarmede wordt verklaard de beveiligende werking tegen de kinderpokken, steunende op de algemeen erkende wet, dat de pokken in den regel den mensch slechts eenmaal in het leven aantasten. Langzaam is het inzicht in het wezen der vaccinatie verdiept, o.a. door BECLÈRE, CHAMBON en MÉNARD, die aantoonden dat na afloop van het locale proces, het bloedserum van den gevaccineerde de eigenschap heeft verkregen de koepokstof van haar virulentie te berooven. Daarmede was positief bewezen, dat in het bloed stoffen (anti-lichamen) waren gekomen, te voren daarin niet aanwezig, instaat het lichaam voor een tweede besmetting te beschutten. PiRQUET ") getroffen door de gelijkheid in verschijnselen bij de revaccinatie en de serum-ziekte na een tweede injectie van serum heeft aan de vaccinatie en het veranderd reactievermogen (allergie) een afzonderlijke studie gewijd. Nauwkeuriger dan vroeger mogelijk was, heeft hij de verschillende verschijnselen ontleed en de identiteit tusschen pokken en koepokken aangetoond. Gedurende de 2 eerste dagen is niets waar te nemen dan een reactie op de mechanische beleediging bij het inbrengen der koepoklymphe. Is deze afgeloopen dan ontwikkelt zich de koepok zeer geleidelijk van den 3den—Uden dag van een klein puntje tot de koepok. De groei van de papel, is afhankelijk van de vermeerdering van het virus. Geheel in overeenstemming met den groei van andere bacteriën, op vasten voedingsbodem, neemt de uitbreiding dagelijks ongeveer 1.1 m.M. toe. ') Dr. J. V. GEUNS over den aard en oorsprong der koepokstof en haar beveiligend vermogen tegen de menschenpokken, 1846. 2) Dr. C. V. Pirquet. Klinische Studiën über Vakzination und vakzinale Allergie 1907.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 142

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's