Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 71

2 minuten leestijd

63

zooals LALANDE gedaan heeft, moet tot dezelfde slotsom komen, ,,overal heb ik gezocht, maar God niet gevonden." Kunnen materialist en mechanist zich dus niet vereenigen met de theorie van den Heer BUYTENDIJK, ook van Christelijke zijde zal deze theorie geen steun vinden; niet alleen om het hetgeen prijs wordt gegeven, maar ook daar waar de schrijver zich op theïstisch standpunt stelt, wijkt hij af van wat in de geloofsbelijdenis art. XII aldus is geformuleerd : Wij gelooven, dat de Vader, door Zijn Woord, dat is door Zijnen Zoon, den hemel, de aarde en alle schepselen uit niet heeft geschapen, wanneer het Hem heeft goed gedacht, aan een iegelijk schepsel zijn wezen, gestalte en gedaante, en onderscheidene ambten gevende, om Zijnen Schepper te dienen. Dat Hij ze ook nu onderhoudt en regeert naar Zijne eeuwige voorzienigheid en door Zijne oneindige kracht, om den mensch te dienen, ten einde dat de mensch zijnen God diene." De Heer BUYTENDIJK daarentegen gelooft: „dat het werkelijk ondenkbaar is, dat het doel door een wezensvorm of entelechie gesteld kan zijn." Komt een stoornis in het ontwikkelingsproces, dan kan men volgens den Heer B. „van uit een vitalistisch standpunt zeer moeilijk een verklaring vinden voor het effect dat ontstaat." Zijn verklaring is dan „dat God transcendent en immanent ook hierin doelstellend is (II 29, 30). Door verloochening van de autonomie van het leven en de ontkenning van een eigen wezen, waardoor het organisme actief is, komt de Heer BUYTENDIJK er toe slechts „een eigen structuur" aan het leven toe te kennen, en alle actie direct toe te schrijven als van God uitgaande. Schreef men vroeger alles, wat men niet begreep, toe aan de levenskracht, de heer BUYTENDIJK aan „de Werking Gods" dus aan de Levenskracht. „Alle kracht is Gods kracht." Ziedaar het causaliteitsbeginsel van den Heer BUYTENDIJK: „Wij schrijven echter het intelligente en doelmatige (voor zoover het niet door een geschapen ziel bewust gewild wordt) niet toe aan een onbewuste ziel, maar aan een Bewusten God, werkende in de onbewuste stof" (II 31). De dwaling is duidelijk. Schepper en schepsel worden niet voldoende onderscheiden en daarom is het oordeel van Christelijke zijde tevens een veroordeeling van deze theorie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 71

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's