Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 72

2 minuten leestijd

64

Wel schrijft de Heer B.: „Het is dan ook wel duidelijk, dat de opvatting, dat alle werking direct door Gods kracht geschiedt, volstrekt niet een pantheïstische meening is, daar de scheiding van Schepper en schepsel juist voorop dient te worden gesteld" (II 22). Doch dat dit laatste niet voldoende tot zijn recht komt door het eerste te stellen is duidelijk genoeg, want in het organische leven werkt God indirect. In de definitie van het leven, zooals deze door Dr. KUYPER geformuleerd is, komt het verschil van standpunt uit: „Het leven, dat is het vermogen om een beweging, een werking, een actie te openbaren, die haar oorzaak vindt niet in iets buiten het voorwerp, maar in zijn eigen wezen, en tevens aan zijn eigen wezen het doel ontleent, dat 't bij die werking beoogt." 1) Is in het vorige in het licht gesteld, dat de theorie, door den Heer BUYTENDIJK opgesteld, door ons verworpen moet worden, op enkele onderdeden wensch ik nog de aandacht te vestigen. 1". Op het verschil tusschen een machine en een organisme. Volgens den Heer B. zou de meerdere gecompliceerdheid slechts oorzaak zijn, dat DRIESCH een qualitatief verschil aannam. M. i. ten onrechte. Zonder echter hierop in te gaan, is het verschil toch duidelijk te zien. Wat we bij een machine waarnemen is, dat de deelen, met het oog op het geheel, logisch ineengezet worden: elk deel is er om het ander. Zoo ineengezet bezit de machine slechts een motorische kracht. Bij een organisme zien we de deelen uit elkaar en cfoor elkaar ontstaan; en wederzijds met elkaar in wisselwerking treden. Het vermogen dat het organisme kenmerkt is zoowel formatief als regeneratief en reproductief. Dit verschil nu is niet quantitatief op te vatten, zooals de Heer B. doet maar inderdaad qualitatief. 2". Op het verband tusschen mechanisme en teleologie. Volgens den Heer B. kan men „bij een mechanistische levensbeschouwing toch aan een dualistisch beginsel vasthouden" (II 24). Dit nu is een contradictio in terminis. Hiertegenover is te stellen, dat de teleologische levensbeschouwing de causaliteit eischt. Het begrip doel sluit in zich het begrip middel. De finaliteit beperkt echter niet de causaliteit tot de mechanische krachten (de physico-chemische) zooals de Heer B. doet. ')

Heraut, 1913.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 72

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's