1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 20
12
ook hier bij verwantschap terecht aan gemeenschappelijken oorsprong. De ervaring leerde dat men genoodzaakt was ook in de elementen nog een structuur of verdeeling te veronderstellen, (electronenleer). Dit alles voert tot de meening, dat de elementen niet onveranderlijk en dus niet oneindig zijn. Sterker echter dan deze ervaringen, onbekend bovendien aan de oudste ontwerpers der atoomtheorie, wordt de meening van het oneindig bestaan der elementen weerlegd door het (intuïtieve?) denkbeeld, üfa^a//e veelheid uit één eenheid is ontstaan en er das slechts één iets oneindig bestaan bezit. Vaak werd gemeend, dat een oneindige bewegende wereldaether deze oorsprong van alles is, maar wij zagen reeds, dat beweging de kenmerken van tijdelijkheid bezit en uit een onbewegelijke oerstof laat zich de veelheid niet verklaren. Anderzijds is genoemd denkbeeld (n.l. dat er slechts één iets oneindig is) in dit zinsverband de eenige reden, dat men naast God niet tevens een rustende oerstof als oneindig bestaande aanneemt. Hoe diep ook in de natuurwetenschap de behoefte werkzaam is, om de veelheid uit één eenheid ontstaan zijnde te denken, bewijst wel het sterkst de overtuiging, waarmede de geldigheid der eerste warmtewet (van het behoud der energie) wordt aangenomen. Wij dienen deze eerste warmtewet hier nader te De eerste behandelen, omdat zij vóór alles uitdrukking geeft aan het aequivalentiebeginsel in het oorzakelijk gebeuren. Getuigde niet reeds de grondlegger J. R. MAYER, dat zijn uitgangspunt was, „causa aequat effectum". Nog sterker blijkt, dat de energiewet slechts een bijzondere uitdrukking geeft aan het a priorische begrip der aequivalentie van oorzaak en gevolg, wanneer we, zooals SIQWART zegt, de energie definiëeren als de mate van werkdadigheid, welke aan een bepaalden toestand (snelheid) van het ding eigen is. Het is dan duidelijk, dat op grond van de opvatting, dat veroorzaken door ons als een „bewerken" wordt gedacht, de werkdadigheid (dus de energie) de natuurlijke maat is voor de grootte van het bewerkte, van het effect. Dat echter, zooals vaak gemeend wordt, door de wet van het behoud der energie aan het begrip van bewerken zijn mystisch karakter wordt onttrokken, is volkomen onjuist. Immers bij het overgaan van energie van het eene voorwerp op het andere; het overgaan van de energie van den eenen vorm
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's