Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 75

2 minuten leestijd

67 aan te brengen, ten bewijze dat aan eenig dier intellect is toe te kennen in de eigenlijke beteekenis van het woord. Bij het dier gaat alles buiten „het bewust begrijpen en verwerken van het doel" om. Het ontstaan zoowel als het tegronde gaan der mannetjes hangt geheel af van de physiologische ontwikkeling der kolonie. Houdt het voedselgebruik van koningin en werksters op, dan krijgt dit voedsel een andere samenstelling; het wordt rijker aan eiwit en vet, armer aan suiker. Heeft zoo het voedsel een samenstelling gekregen, noodig voor de ontwikkeling der darren, dan legt de koningin in elke cel slechts eieren, waaruit de mannetjes zich zullen ontwikkelen. Is de voorraad voedsel verbruikt, dan gaan de mannetjes hun ondergang tegemoet: Hoe doelmatig dit ook zij voor de kolonie, alles gaat buiten eenig bewustzijn van het doel om. Het onbewust doelmatig handelen berust op een natuurwettelijke noodzakelijkheid, toe te schrijven aan een erfelijken aanleg van het organisme, het is instinct, zoover de ziel van het dier bij de handeling is betrokken, het is een reflex, voorzoover een zintuigprikkel direct op een motorische zenuw werkt. Zoo moet het eierenleggen der koningin, het uitbraken der honing in de cel enz. als een reflex beschouwd worden, de cellenbouw, het uitvliegen enz. als een instinct. (Geistung). Zonder nu verder over het instinctleven uit te wijden, is meen ik voldoende het bewijs geleverd, dat er een groote groep van verschijnselen is — door den Heer B. met stilzwijgen voorbijgegaan — welke noch tot de denkwetten, noch onder de mechanische wetten gerangschikt kunnen worden ; het zijn toch handelingen, waarvan de doelmatigheid zelve niet tot bewustzijn komt. Door vergelijking van de verschijnselen der electie enz. en de instinctieve handeling dus „ex analogia", wordt ook voor het organische leven ter verklaring der functie van de organen, een intern principe aangenomen. Dit principe wordt door den Heer B. bestreden als „niet alleen onnoodig, maar zelfs onlogisch, zoolang niet bewezen is, dat óf zonder oorzaak een orgaan iets verricht óf gelijke organen in volkomen gelijke omstandigheden verschillend kunnen functionneeren óf een orgaan anders werkt dan een gelijk samengesteld „atoomgebouw". (I 19).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 75

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's