Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 73

2 minuten leestijd

65 3. Over de verhouding van individualiteit en structuur. De Heer B. „in geen geval de individualiteit toeschrijvende aan een intern principe" (II 32) schrijft alle actie toe aan God. Zelfs waar een stoornis optreedt in het ontwikkelingsproces, ziet de Heer B. „ook hier weer een aanduiding voor de opvatting dat God transcendent en immanent doelstellend is" (II 30). Als voorbeeld wordt aangehaald, dat bij de Fundulus beide oogen tot één versmelten, indien aan het water, waarin de eieren zich ontwikkelen een weinig magnesiumchloride is toegevoegd. Maar wordt deze verklaring aanvaard bij dit interessante geval, ten slotte geldt ze voor elke ontwikkelingsstoornis, tot de op monsters gelijkende toe. „De ontogenese als natuurphenomeen geschiedt door Gods kracht, Zijn doel verwezelijkend" (II 29). Waar nu ook de ontwikkelingsstoornis wijst op de immanentie en transcendentie van God, komt de Heer B. voor dit dilemma te staan; dat, óf deze kracht te kort schiet, of dat de misvorming het doel was. Wie de individualiteit loochent, zet ook de causae secundae op zijde. Wordt dan aan God de werking toegeschreven, dan stelt men ook God verantwoordelijk en legt een maatstaf aan, waarmede de mate der voorzienigheid in elk bijzonder geval kan gemeten worden. Tegen dit anthropomorphisme ook door den Heer B. aanvaard, gaat ons verzet. Een ontwikkelingsstoornis toch is het gevolg van een conflict van de actie, die van binnen uitwerkt met de causae externae. Zooals een steen door een stoot van richting moet veranderen, zoo kan ook de ontwikkeling gestuit worden, in een mate afhankelijk van het conflict tusschen de mechanische krachten en de vitale krachten. De bezwaren, die zich hierbij voordoen voor het teleologisch denken, gelden in nog hoogere mate het standpunt van den Heer BuYTENDijK; want de kracht door den Heer B. aanvaard is absoluut, oneindig; de causae secundae daarentegen beperkt, relatief. De Heer B. maakt zich van deze quaestie wat al te gemakkelijk af, als hij zegt: „Men vergete verder niet dat die betreurde kiemcellen, welke niet tot ontwikkeling kwamen, naar onze beschouwing slechts stof zijn wat voor vitalisten niet het geval is" (II 50). Op tal van andere punten nog ware te wijzen, waarin ik meen te moeten verschillen met den Heer B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 73

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's