Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 125

2 minuten leestijd

117 brek, dat deze pokken of ingeënt moesten worden op eene plaats, die van de overige menschen was afgescheiden, of de inenting geheel vermijd moest worden buiten eene epidemie dezer ziekte, omdat zij dit altijd met de natuurlijke pokken gemeen hadden, dat zij wel degelijk besmette, dat zij dus de besmetting vermeerderde, en dat niet zelden daardoor de besmetting werd ingebracht. Men kan dus geenszins loochenen, dat, ofschoon sommigen daardoor behouden werden, anderen, die tegen dezelve waren, door de ziekte werden aangetast, en dat, over het geheel genomen, de sterfelijkheid der pokken eerder scheen vermeerderd dan verminderd te worden." pag. 215. Daar geen statistische gegevens aanwezig zijn, die met eenige zekerheid de voordeelen en de nadeelen der inoculatie tegenover elkaar kunnen stellen, blijven subjectieve meeningen het vraagstuk beheerschen. Dit alleen is zeker, dat het succes voor de algemeene gezondheidstoestand niet groot is geweest, ook al houdt men rekening met de grootere bevolking. Te belangrijker is het daarom bij denzelfden schrijver te lezen: „sedert meer dan twintig jaar, heeft de algemeene inenting der koepokken zoodanig de kinderpokken verminderd, en deze ziekte zoodanig en bijna geheel uitgebluscht, dat er vele jonge geneesheeren gevonden werden, die deze ziekte niet, dan bij name en uit de beschrijving daarvan, kenden." (pag. 43). Doch heeft men het recht van een maatregel zoo slecht toegepast als de inoculatie, een dergelijk succes te verwachten ? Wat Nederland betreft neen 1 Volgende data, ontleend aan de studie van Dr. DANIEL ^) leveren het bewijs. De eerste inoculaties hebben plaats gehad in 1748 te Amsterdam door TRONCHIN, -) daarna eerst in 1755. In Groningen werden van 1759—'69 slechts enkele personen ingeënt met kinderpokstof; in 1769 dank zij een actie van PETRUS CAMPER, W. VAN DOEVEREN en VAN GEUNS 450 in drie maanden tijds. In 1764 kwamen Dr. ') Dr. C. E. DANIELS, De Kinderpok-inenling in Nederland 1875. ^) N. B. Dr. DANIELS heeft geen officiëele stukken hierop betrekking hebbende, gevonden en houdt dit jaartal nog niet vast staande. M. i. ten onrechte. In zijn pleidooi voor de kinderpok-enting (1754) deelt Ds. CHAIS mede dat TROCHIN in 1748 zijn oudsten zoon heeft geënt met pokstof. „Dit was in de maand van November. Aanstonds daarna deed hij de werking aan negen andere onderwerpen: het schikte zich met allen naar wensch; die er het slechtst aan toe was, kreeg maar dertig pokjes."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 125

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's