Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 30

2 minuten leestijd

22

doening door God te spreken. Voor het overige bestaat elk causaal gebeuren slechts uit formatie, begrepen als organisatie. Wij zagen dat onze gedachtengang er toe bracht aan te nemen, dat Gods voortdurende werkzaamheid elke verandering teweeg brengt, bovendien zagen we, dat we in de wetenschap krachten veronderstelden, als wezenlijke oorzaak van elke verandering. De vraag doet zich nu voor, of men de krachten. Is alle kracht

Gods kr ht'

j

j

j

j

i

i

j

waardoor de verandermgen in de natuur optreden, als door God geschapen zich moet denken, dan wel of zij deelen van Gods kracht zelf zijn. Daargelaten het verband van dit vraagstuk met verder van ons onderwerp verwijderde bespiegelingen, willen wij alleen erop wijzen, dat, hoe ook ons oordeel in deze moge uitvallen, wij Gods Immanentie, Alomtegenwoordigheid, Alwetenheid en Almacht, zooals dit door onze causaliteitsopvatting verlangd wordt, moeten handhaven. Werkzame krachten in de natuur zouden ons meer dringen naar een „harmonia praestabilita" ; de opvatting, dat God zelf voortdurend de onzichtbare werker der dingen is, is in overeenstemming met een gepraestabiliseerd zijn in den geest. Ook de natuurwetenschap tracht (en met succes) meer en meer de verschillende krachten tot één algemeene kracht (oorzaak) terug te brengen en niet in dien zin, dat één kracht vele gegenereerd heeft, maar dat in zijn diepste wezen alle kracht één zelfde kracht is. Vandaar, dat men in de physica en chemie er naar streeft in de veelheid ook hier de eenheid te zoeken. Opmerkelijk is het daarbij, dat het niet gelukt is de dualistische begrippen van stof en kracht te vervangen door een monistisch principe. We zagen reeds boven, dat dit zijn natuurlijke reden vindt in het bijbehouden van het begrip der verandering. Het is dan ook wel duidelijk, dat de opvatting, dat alle werking direct door Gods kracht geschiedt, volstrekt niet een pantheïstische meening is, daar de scheiding van Schepper en Schepsel juist voorop dient te worden gesteld. Ook de meening der onveranderlijkheid en eeuwigheid der natuurwetten (door de natuurkrachten veroorzaakt) kan in ons vraagstuk geen overwegende beslissing geven. Ten eerste is geen enkele natuurwet voor de oneindigheid geldig, ten tweede kan men, zoowel door een transcendente als een immanente werkzaamheid Gods aan te nemen, de tijdelijk onveranderlijke regels verklaren, volgens welke het natuurgebeuren plaats vindt. Ten slotte zij nog

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 30

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's