Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 149

2 minuten leestijd

141 Na de orgaanfunctie komt dan ter sprake de ontogenese en regeneratie en met name heb ik trachten aan te toonen, hoe de zoogenaamde bewijzen van DRIESCH voor het vitalisme mij onjuist voorkomen. Vervolgens behandelde ik het ontstaan der organismen uit andere, waarbij mijn erfelijkheidstheorie ter sprake komt. Met nadruk wil ik hier tevens nog even releveeren mijn citaat uit de publicatie van BOUMAN (blz. 28 2e alinea), waardoor mijne uiteenzettingen krachtig worden gesteund. Bij het ontstaan der soorten blijkt dan, dat het mijn opvatting is, dat de soorten door God harmonisch in zich en met de geheele natuur moeten zijn geschapen. Eindelijk behandelde ik op blz. 52 de dierenziel. Wanneer men mij de stiefmoederlijkheid verwijt, waarmede ik dit belangrijk deel van de biologie heb behandeld, zoo neem ik dit verwijt gaarne aan. Een uitvoeriger uiteenzetting der instincten was zeker op zijn plaats geweest, vooral daar ik bekennen moet, dat de definitie dierenziel als het bewust worden van reflexen en coördinatie van reflexen volkomen terecht door Dr. SCHERMERS als onjuist wordt aangemerkt. Dit neemt niet weg, dat het reeds in mijn bedoeling lag op te merken, wat ik in II nader heb uiteengezet, n.l. dat men bij de onbewuste dierenziel, wel van psychisch gebeuren, maar niet van een onbewuste wil of onbewuste intelligentie mag spreken. Bovendien verwees ik naar het werk van C. SCHNEIDER, waarmede ik op de meeste punten ten volle instem. Het eindresultaat van ons eerste stukje was dus een aanneming van statische teleologie voor de levensverschijnselen, een sterke onderscheiding tusschen dood en leven ; tusschen plant, dier en mensch en vooral tusschen organisme en orgaan. Uit den aard der zaak komt in een ervaringsKorte inhoud systeem God altijd slechts als mogelijke oorsprong ... I der dingen voor den dag en wanneer men het beeld der ervaring zonder meer in de werkelijkheid bestaande veronderstelde, zoo zou men een deïstische wereldbeschouwing krijgen.') Ik haast mij op te merken, dat dit onafhankelijk is van de vraag, ') De Engelsche deïsten zijn eigenlijk rationalistische theïsten die het energetisch ingrijpen (of regelend) van God in de wereld ontkennen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's