Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 17

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 17

2 minuten leestijd

9

,

vat, er mede gelijkwaardig is, (zonder eraan gelijk te zijn) en het valt moeilijk te overzien, of dit punt in het causaliteitsbeginsel a priori bij het menschelijk denken aanwezig is, dan wel ontstaan door generalisatie van ervaringsoordeelen. Hoe meer warmte aan een voorwerp wordt medegedeeld, hoe hooger zijn temperatuur stijgt; hoe zwaarder neerslag in een oplossing ontstaat, des te meer stof moet erin aanwezig zijn; hoe sterker de helling, des te sneller stroomt het water. Altijd neemt men met een aangroeien of afnemen der oorzaak een aangroeien of afnemen van het gevolg waar. Toch is dit aan- en afnemenvan het gevolg niet altijd evenredig aan de verandering in de oorzaak, maar kan in elke gecompliceerde functie plaats vinden. Het apriorische van het begrip der gelijkwaardigheid schijnt echter duidelijk te blijken uit ons gedrag, wanneer we een afwijking van genoemden regel waarnemen. Bijv. het voedsel, dat iemand tot zich neemt, is de oorzaak van de toename van zijn lichaamsgewicht. Wanneer men echter waarneemt, dat met meer voedsel iemand toch lichter wordt, zoo wordt dit niet als een eenvoudig feit aangenomen, maar ons verstand verzet zich daartegen op grond van de apriorische stelling: hoe grooter deoorzaak, des te grooter het effect. Zelfs is dit een van de meest dwingende redenen (welke wij naast de wetten van MILL willen plaatsen) waarom men naar een oorzaak van het waargenomene vraagt (bijv. in genoemd geval deze zal zoeken in spierarbeid, koorts of stoornis in spijsvertering enz.) Ook wordt in het algemeen deze methode toegepast, om te onderzoeken of iets de oorzaak van een verschijnsel is of niet. Zoo meende men vroeger (en meenen nog vele leeken) dat de oorzaak der gaswisseling in de longenventilatie moet worden gezocht. Het feit echter, dat bij toeneming van longenventilatie de koolzuurproductie niet stijgt, is voldoende, om aan te wijzen, dat het eerste niet de oorzaak van dit laatste is. Bij het positief uitvallen van een onderzoek, dat op grond van genoemde stelling werd uitgevoerd (dus bij gelijkgerichte verandering van twee verschijnselen), dient men echter voorzichtiger te zijn in zijne gevolgtrekkingen. In de eerste plaats kunnen beide, in dezelfde richting veranderlijke, verschijnselen veroorzaakt worden door een derde en ten tweede kan ook het eene beschouwde verschijnsel slechts de partiëele oorzaak zijn van het andere. Nu is het verder op-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 17

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

PDF Bekijken