1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 124
116 door de pokken gekregen hebben. Want ofschoon besmettelijk, liet men deze in open lucht wandelen en onder de menschen verkeeren. In Amsterdam, Leiden en andere plaatsen werd ter voorkoming van het gevaar voor de gemeenschap, het verbod van inoculeeren gegeven in tijden als er geen epidemie heerschte ; en eerst verlof daartoe gegeven als de epidemie was uitgebroken. Ter illustratie, dat voor de volksgezondheid deze maatregel meer schade dan goed gedaan heeft, beroept men zich gewoonlijk op de volgende statistiek uit Londen. Van 1710—1719 stierven aan pokken 21.228 „ 1720—1729 „ „ „ 22.770 „ 1730-1739 „ „ „ 25.718 Daar de inenting (inoculatie) eerst in 1721 werd verricht bij 6 ter dood veroordeelde misdadigers, op belofte van gratie, als zij zich aan deze proef wilden onderwerpen ; daarna nog bij 5 kinderen en 8 volwassenen; in 1722 bij 182 personen, en de verdere toepassing maar zeer matig was, eerst in 1741 een pokkenhospitaal opgericht werd, lijkt de volgende tabel van DR. A'DAMS juister te zijn.^) Van 1711 —1740 toen inoculatie niet of weinig bekend was 65.383 pokdooden. Van 1741—1770 toen meer geïnoculeerd werd 63.308 pokdooden. Van 1771 — 1800 toen de inoculatie vrij algemeen was 57.268 pokdooden. Ook wat Duitschland betreft blijkt, dat op het eind der 18e eeuw de epidemieën zich niet uitgebreid hebben, vergeleken met het begin dier eeuw veeleer het tegendeel. Wat Nederland betreft. Over de inoculatie vinden wij bij prof. THOMASSEN è THUESSINK ^) het volgende : „een uitstekend middel, waardoor vele duizenden van menschen den dood ontrukt zijn. In de voorgaande eeuw werd de inenting het eerst uit Circassiën naar Europa overgebracht, en deze maakte, dat de pokken, zelfs in de boosaardigste epidemieën, gunstig en gemakkelijk afliepen. Intusschen hadden zij echter dit, dat er nu en dan ook, veelal door eene al te koude of verkeerde behandeling, slechte en confluente pokken kwamen, en daaraan ook een enkele stierf. Ofschoon nu dit ongeluk noch aan HUFELAND, noch aan mij overkomen is, had de inenting dan toch dit ge') R, KRUL. De inenting van de ware pokken 1857. ^) E. J. THOMASSEN a THUESSINK, Verhandeling over de Kinderpokken, 1824.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's