Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 50

1 minuut leestijd

42

Ten slotte wijdt de schrijver nog zijne aandacht aan de bezwaren, die van medische zijde aangevoerd worden, omdat de verschijnselen der bezetenheid identisch zouden zijn met die van eni<eie ziei<ten. Sommigen wijzen b.v. op de daemonomania, maar dit is geen zelfstandige ziektevorm, slechts een symptoom, dat bij verschillende ziekten voorkomt b v. bij hysterie en epilepsie. Anderen denken aan obsessies, aan delirium religiosum, insania religiosa, ascetisme, spiritisme, mysticisme enz. De aanwezigheid van den duivel in het menschelijke lichaam zou niet zelden tot geheele krankzinnigheid kunnen leiden. Velen beweren, dat een groot deel van de bezetenen, uit wie de Heere Jezus de duivelen heeft uitgeworpen, niets anders zouden zijn dan lijders aan hysterie. Inderdaad bestaan er wel enkele verschijnselen, die beide met elkander gemeen hebben, maar toch acht de schrijver de identiteit geenszins bewezen. Hij beroept zich daarbij op het rituale romanum : de exorcitandis obsessis a daemonio, waarin verschillende kenmerken worden opgenoemd, waaraan men de bezetenheid zou kunnen erkennen. Deze kenmerken zijn echter zoo vaag, dat zij in de practijk zeker weinig zullen baten. Ook met de opvatting, dat de bezetenheid beschouwd moet worden als dupliciteit van den persoon, kan de schrijver zich niet vereenigen. Hij acht dit in strijd met het feit, dat de genezing tot stand komt door een enkel woord van den Heere Jezus. Indien men met eene ware hysterie te doen had, zou dit inderdaad niet zoo gemakkelijk geschieden. In het tweede gedeelte van zijne studie (bladz. 255 tot 513) behandelt de schrijver de speciale gevallen van bezetenheid, die in de Evangeliën medegedeeld worden. Zij werden boven reeds genoemd : de bezetene in de synagoge van Kapernaum, de bezetene in het land der Gadarenen, de dochter van de Kananésche vrouw en de maanzieke knaap. Achtereenvolgens besprak hij voor elk geval afzonderlijk het tekstverhaal, de omstandigheden van plaats en tijd en dan gaat hij de geheele geschiedenis letterlijk uiteenzetten. Het zou te ver voeren na al hetgeen reeds werd besproken den schrijver hierbij op den voet te volgen. Het moge voldoende zijn mede te deelen, dat hij zijne denkbeelden consequent op deze bijzondere gevallen toepast en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 50

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's