Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 68

2 minuten leestijd

60

Stellen we nu daartegenover wat de Heer B. hierover ten beste geeft: „Een doel in het orgaan voor het orgaan herkenden wij nergens" (I 18). „De aanpassing laat zich in sommige gevallen, en zou vermoedelijk in alle gevallen, mechanisch kunnen verklaard worden uit de physico-chemische eigenschappen der orgaan-substantie zelf" (I 18). „Dat er tot op heden geen feiten in de ontogenie zijn, die op een immateriëelen factor speciaal in de levende stofwereld wijzen" (I 27). „We meenden uit het analytisch beschouwen onzer ervaringen te kunnen concludeeren, dat nóch bij de functies van het orgaan, nóch bij de functies van de kiemcel, nóch in de voorwaarden voor de erfelijkheid, eenig niet-materiëel moment een rol speelt" (141). „Wij wezen er n. 1. in de eerste pagina's op, dat een organisme zóó doelmatig is ingericht, dat het zijn individueel bestaan en het bestaan van zijn soort binnen zekere grenzen behoudt. Dit is nu, vaak ten onrechte als een einddoel der natuur aangezien, ^) waarvoor niet de minste reden bestaat, meer zelfs voor het tegendeel" (I 51). „Namen wij voor den doelmatigen bouw van een kogel of compensatie slinger de menschelijke intelligentie als oorzaak aan, in de natuur herkennen en erkennen wij slechts één doelzettende Intelligentie, welke buiten de natuurobjecten ligt" (I 52). „Het psychisch-monisme echter vereenzelvigt, evenals het pantheïsme, zij het dan ook op geheel andere wijze, de verschijnselen en deze wereldziel; wij echter stellen de doelmatigheid buiten de dingen op grond van motieven, welke men het best met de woorden van BERQSON kan samenvatten: „La finalité est externe ou elle n'est rien du tout" (II 20). „Onze beschouwingen over het oorzakelijk verband in de natuur dwongen ons immers overal een doel te veronderstellen, zoowel in levende als in doode stof, zoowel in ziel als in lichaam" (II 33). Zoo vinden we niet alleen geen aansluiting bij andere artikelen, maar zelfs een verwardheid in denkbeelden bij den schrijver zelf, die nu eens de doelmatigheid buiten de dingen stelt, dan weer zelfs een doel onderstelt „in de doode stof"; nu eens van een imma')

N. B. Door geen onzer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 68

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's