Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 16

2 minuten leestijd

8

OsTWALD een ernstiger beteekenis en geeft ons dus in overweging, voorzichtig te zijn zoowel met uitspraken omtrent werkzaamheid van stof en geest als betreffende causale beïnvloeding in het algemeen. En hoewel ook het ruimtebegrip, evenals het tijdsbegrip, van subjectieven oorsprong is (KANT), moet men zich wel wachten beiden gelijkwaardig te rekenen. Zeker is het begrip der ruimte niet aan de ervaring ontleend, maar het is een aanschouwingsvorm; bovendien het is niet vervat in al ons denken, wat met het tijdsbegrip wel het geval is. Het ware dan ook, naar het mij voorkomt, juister te zeggen, dat een actio in distans minder voorstelbaar is, dan een veroorzaking bij aanraking, maar begrijpelijker is het in geen geval. Tenminste komt het mij even onbegrijpelijk voor, dat het eene voorwerp in staat is een ander van zijne plaats te verdringen, als dat bij de trilling van een (vrij) (aether) deeltje het naastliggende meetrilt, of dat een onuitgesproken gedachte bij een ander een gedachte zou kunnen wakker roepen. De gedachte van het werken van een ding op een et begrip ^^^^Q^ jg vvel een metaphysisch element, maar ontberen kunnen wij het niet, zegt SIGWART ^). Hierbij is, zooals wij reeds kort aanstipten, de werkzaamheid („das Tun") van het eene ding (de oer-zaak) de eigenlijke oorzaak en de vraag is dus, wat men onder deze werkzaamheid heeft te verstaan. Wij zullen juist bij de bespreking van het volgende punt zien, in welk verband dit begrip staat tot het overgaan van iets uit de oorzaak in het gevolg, maar hier zij reeds opgemerkt, dat bij het overgaan van iets uit het een in het ander, wel voor de veelvormigheid van de verschijnselen een gemeenschappelijk beginsel wordt aangegeven, echter niet het begrip der bewerking zelf voor ons logisch begrijpelijk wordt gemaakt. Immers ons verstand zal voortdurend ook voor dit overgaan van iets uit het eene ding in het andere naar de reden, de oorzaak, vragen. . . , ., Hoe men zich het bewerken ook wil denken of Aequivalentie. voorstellen, zoolang er menschelijke ervaring bestaat, heeft men waargenomen, dat een grooter oorzaak een grooter gevolg heeft, dan een zelfde maar kleiner oorzaak. Hieruit is het begrip ontstaan, dat het gevolg quantitatief in de oorzaak is ver')

SIGWART LOGIK II. S 783.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 16

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's