Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 29

2 minuten leestijd

21 stof onmachtig is tot handelen. Immers OEULINX heeft op treffende wijze uiteengezet, dat op grond van het cogito ergo sum, de werkzaamheid van onzen eigen persoon ook alleen inzooverre aan onze ikheid is toe te schrijven, voor zoover wij van deze werkzaamheid bewustzijn hebben en bovendien weten, hoe de werkzaamheid tot stand komt. Zonder weten, geen handelen (leert QEULINX) en de stof weet niets en kan dus ook niet zelf handelen. Wij deelen deze laatste opvatting volkomen, maar het standpunt van QEULINX deelen we toch niet op het punt van den oorzakelijken samenhang, in zooverre hij hierbij een tenietdoening en herschepping aanneemt. Volgens onze opvattingen bestaat bij een oorzakelijk gebeuren noch identiteit, noch volkomen ongelijkheid tusschen oorzaak en gevolg. In aansluiting aan de natuurwetenschappen meenden wij, dat er iets veranderde en iets constant bleef. De snelheid verandert (arbeidsvermogen van beweging) of de plaats (arbeidsvermogen van plaats) of er ontstaat een nieuwe energievorm, terwijl een andere verdwijnt, enz. Zooals gezegd neemt de natuurwetenschap behalve de dingen, die elkaar beïnvloeden, krachten aan, die tot de dingen behooren, en toch deze zelf niet zijn. De physica veronderstelt dus behalve de dingen een daarin aanwezige oorzaak voor verandering. Deze krachten zijn het, die de oorzaak (vera causa) zijn van beweging naar grootte en richting, en van verandering in energie en organisatie '). Was nu, zooals de Scholastiek leert, bij een chemisch of physisch proces het resultaat van ander „wezen" dan de oorzaak, dan zou men van een Christelijk Theïstisch standpunt aan het occasionalisme van QEULINX enz. toch nog de voorkeur geven boven de Aristotelische opvatting van het oorzakelijk gebeuren. Maar het is juist de ontkenning van elk wezenverschil, behalve het wezenverschil tusschen geest en stof, dat ons er toe brengt ook alleen in het geval van het (uit niets) optreden en (tot niets) verdwijnen, van geest en stof over schepping en te niet') Hier zij opgemerkt van well< een enorme beteekenis de plaatsing der atomen enz. in physischen zin is ten opzichte der gemeenschappelijke bewegingsrichting in verband met het z.g. relativiteitsbeginsel. Zie Laue „Das Relativitatsprincip". Verder LORENTZ „Voordrachten voor het Teylers Genootschap" (1913). Vooral, doordat in het organisme enkele moleculen een grooten invloed kunnen hebben, zal dit principe daarop een belangrijken invloed uitoefenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 29

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's