Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 56

2 minuten leestijd

48 scheiding gemaakt tusschen plant en dier en tusschen dier en mensch. Bij het vitalisme kan daarom moeilijk sprake zijn van verflauwing der grenzen. Deze verflauwing komt bij den Heer B. aan het licht bij de beschrijving van het begrip dierenziel, dat hij boven allen twijfel verheven acht. Reeds in zijn eerste voordracht bracht hij de vraag ter sprake in hoeverre er een dierpsyche en een plantenpsyche bestaan. Om begripsverwarring te voorkomen, wees hij er op, dat het woord ziel in dit geval slechts beteekent het bewust worden van reflexen en coördinaties van reflexen. Meer in het bijzonder wijst hij er thans op, dat een nauwgezette definieering gemaakt moet worden van wat men aan de ziel en wat men aan het lichaam toeschrijft. Met name acht hij dit noodig voor de scheiding van psychische en reflectorische verschijnselen. Het groote bezwaar is nu echter, dat de Heer B. deze gedachte niet verder heeft ontwikkeld maar toch met PFLÜGER spreekt van een ruggemergsziel. Het wil mij voorkomen, dat men hier wel met samengestelde, maar toch met gewone reflexen te doen heeft en men hierbij niet aan een bewust worden van reflectorische verschijnselen bij een kikvorsch zonder kop behoeft te denken. Men moet scherp onderscheiden de physiologic van het zenuwstelsel en de psychologie; naarmate het zenuwstelsel zich meer ontwikkelt, wordt de functie bij het dier ook meer samengesteld en vertoont zij meer overeenstemming met die van den mensch. Toch blijft het psychische altijd scherp te scheiden van het physische, al moet een zekere harmonische samenwerking tusschen beide bestaan. Indien men echter het psychische van den mensch op het dier wil overbrengen, dan opent men een ruim veld voor de fantasie, vooral naarmate men meer in de rij der dieren afdaalt. Niemand minder dan WUNDT neemt zelfs bij de laagste dieren, zooals Protozoën en Coelenteraten, levensverschijnselen aan, die op voorstellen en willen wijzen. Hij kreeg namelijk den indruk, dat zij spontaan hun voedsel aangrijpen en voor hunne vijanden vluchten. Het is waar, dat bij de hoogere dieren de instincten, die op voeding en voortplanting betrekking hebben, een groote rol spelen. Van een ware intellectueele ontwikkeling kunnen echter

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's

1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 56

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 178 Pagina's