Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 113

2 minuten leestijd

105 haast van een evolutionisten-pech kunnen spreken, nu die plaagzieke natuur over het geheele organische rijk juist daar, waar wij de tusschenvormen het meest noodig hebben, ons deze onthoudt door een doelbewuste, absoluut vernietigende natuurwet, den itreitergeest der huidige biologische wetenschap ! Na het debut met het parasitisme en een onwillekeurige toepassing der op zichzelf voor een deel juiste biogenetische grondwet (p. 89), wordt op pag. 95 zelfs een geschiedkundig bewijs •geleverd van een degeneratie bij Arctische bijen, in plaats van het gewoonlijk toegepaste ontogenetisch bewijs. Vele levende •bijensoorten zijn in deze studie naast elkander geplaatst, en er wordt doodeenvoudig medegedeeld, dat de hoogstaande rassen jonger zijn dan de minder ontwikkelde rassen en uit dergelijke voorouders zijn voortgekomen. De afwezige tusschenvormen worden voor uitgestorven verklaard en palaeontologische aanwijzingen worden geheel niet in acht genomen. Daarentegen wordt van degeneratie een geschiedkundig bewijs geleverd, dikwijls het parasitisme behandeld en intusschen wordt ook het ontstaan van orgaan-rudimenten, bijv. bij koninginnen en arbeidsters vermeld. Wanneer wij bij de feiten uit het genoemde werk blijven en ons niet met een plaaggeest van het doodenrijk ophouden, noch ons a priori gevangen geven aan de theorie der onbewezen descendentie, dan blijft ook voor de interpretatie der bijennatuur zeker niet de progressie over, doch de degeneratie. Wij zullen nu de dierenwereld verlaten en de ontwikkeling der natuur op het eigenaardig gebied van den mensch volgen. Volgens bekende feiten en de voorgestelde theorie kan de mensch niet anders zijn verschenen dan plotseling. Aangaande de physieke ontwikkeling van het jonge menschenras is evenwel weinig 'bekend. Schedels, die in geologische formaties werden gevonden toonen verschillende hersenontwikkeling, doch ook tegenwoordig worden menschenrassen aangetroffen die verschillend ontwikkelde schedels en hersencapaciteit bezitten. Die vondsten kunnen •ons dus niet met eenige zekerheid doen weten of de oermensch minder vermogens had dan wij, of dat volgens de voorgestelde leer, in den voorhistorischen tijd het menschenras met ideaaltypen aanving, en eerst later hooger en lager ontwikkelde rassen tegelijk de aarde bewoonden. De physieke ontwikkeling van het menschelijk ras met zijn Orgaan 1915116

8

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 113

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's