Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 47

2 minuten leestijd

39

de wettelijke hygiënische maatregelen op den voorgrond te plaatsen. Eerst uit dit gezichtspunt beschouwd, wordt de opzet van dit artikel als van de anderen, "duidelijk. Wat de geneesheeren gedaan hebben om het nut der vaccinatie te bewijzen, wordt nergens vermeld; alleen wanneer .blijkt, dat zij ook beteekenis hechten aan de hygiënische maatregelen, worden deze en deze alleen vermeld. De officieele cijfers, die bewijzen, dat art. 17 van de wet van 1872 het getal vaccinaties heeft doen toenemen, schijnen den schrijver der Nota onbekend te zijn, maar een wetgeving, waaruit op zich zelf niets te besluiten valt wordt aangehaald, om daaraan toe te schrijven de vermindering der pokziekte. Uit de geneeskundige verslagen is datgene, wat pleit voor de beteekenis der vaccinatie, aan de waarneming van den schrijver der Nota ontsnapt; alleen het zonder meer niets bewijzend feit, dat het aantal gevaccineerde poklijders grooter is dan dat der ongevaccineerden, wordt als een bewijs voor het nuttelooze aangehaald. Luce clarius blijkt zoo, dat we in de Nota voor ons hebben, niet slechts een onwetenschappelijk werk, maar een werk, dat in hooge mate blijken geeft van vooringenomenheid, en aldus ongeschikt voor een ernstige gedachtenwisseling. Vast staat, dat de hygiënische maatregelen niet verklaren kunnen, dat in landen, waar goed gevaccineerd wordt het v. n. I. de volwassenen zijn, die getroffen worden en van dezen inzonderheid de ongevaccineerden. Dat verklaart alleen de vaccinatie, welke een gunstigen invloed heeft op de pokziekte, niet alleen direct maar ook indirect, door het voorkomen van nieuwe besmettingshaarden. Dr. BoiNO heeft in zijn : „Neue Untersuchungen" dit laatste ook medegerekend, en berekent dat bij een gemiddelden immuniteitsduur van 5 jaar de daling der pokkensterfte voor 50'V„ aan de vaccinatie is toe te schrijven. Daar de gemiddelde duur m.i. te laag is geschat, volgt hieruit dat aan de vaccinatie de grootste beteekenis moet toegekend worden. Doch bovendien is er nog een factor, waarom de vaccinatie voorop gesteld behoord te worden. De hygiënische factor (isoleeren) kan dan eerst medehelpen als de besmettingskansen beperkt zijn, zoodat deze eerst tot zijn recht kon komen nadat door de vaccinatie de algemeene vatbaarheid verminderd was.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 47

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's