Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 112

2 minuten leestijd

104 •der Dipneuers heeft plaats gevonden, kunnen wellicht op intermitteerende wijze zijn ontstaan, n.l. zóó dat wanneer bij een ras een raspunt atrophisch begon te worden, de voortgang daarvan tijdelijk ophield, terwijl bij een volgend ras de atrophie in een ander raspunt zich openbaarde. Een voorbeeld van de behandeling der gegevens ten bate van de descenderitieleer vinden wij o.a. ook in een bekende studie over de phylogenie der bijen door Buttel Reepen in het Biologisch centraaiblat van 1913, waar hij op pag. 11 aldus inleidt: Wollen wir versuchen die phylogenetische Entwicklung der Kolonie-Bildung in Stamme der Bienen klar zu legen, so mussen wir von den Vorfahren, den Qrab-Wespen ausgehen und einen Wegverfolgen der uns bis zur Apis melifica hinauffürht. Onmiddellijk daarop wordt zonder die bedoelde voorouders te noemen de stamgeschiedenis aangevangen met Sphecodus en andere parasieten, waarvan vele soorten bekend zijn, terwijl wij weten, dat in het dieren- en plantenrijk de degeneratie verband houdt met en dikwijls kenmerk is van het parasitair bestaan. Vervolgens haalt de schrijver het oude werk van MULLER aan, die de „Abstammung der Bienen speziell der solitaren von den Qrabwespen ausführlich begründet had", welke bewijsvoering ook in 1903 nog als volkomen juist werd aanvaard. Wanneer wij nu den ouden MULLER opslaan, dan lezen wij op pag. 36—37 zeer duidelijk en op voor ons veelzeggende wijze het volgende: Ausser den mir unbekannten und nachtraglich nicht mehr zu ermittelnden Ursachen, welche in der Familie der Bienen, wie in jeder Abteilung des.Tierreichs, massenhaft Erlöschen der die heute lebenden Arten dereinst verbindenden Zwischenglieder bewirkt haben, hat aber in der Familie der Bienen die ausschliessliche Beschrankung auf Blüthenstaub und Honig in dem Grade als die Anpassungen sich steigerten, stufenweise zur Annahme neuer, auf die Brutversorgung bezüglicher Gewohnheiten geführt deren jede eine erhebliche Lücke in der fortlaufenden Verwandschaftsreihe gerissen zu haben scheint. Wenigstens finden wir, wenn wir die Verwantschaftsreihen der Bienen von den am wenigsten ausgepragten biszu den ausgepragtesten Bienenfornien zu verfolgen suchen, jedesmal an denjenigen Stellen die grössten Lücken, welche durch den Uebergang zu einer neuen Gewohn.heit verzeichnet sind. Daarop volgen de voorbeelden. Men zou

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 112

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's