1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 133
125 variatie-soorten van BATESON kunnen worden ondergebracht, zijn deze mij niet bekend. Het onderzoek naar dit bezwaar zou nu te veel tijd vorderen, daarom is het slechts te betreuren, dat dit bezwaar niet uitvoeriger werd gedocumenteerd, b.v. door het noemen van de feiten, waarin de door descendentie ontstane progressie moet worden aangenomen. Hetzelfde antwoord kan dienen bij de opmerking over de verhouding tusschen de bijen die in kolonies en als solitairen leven. 10. Elke soort zou op volmaakte wijze aan haren tijd zijn aangepast. (Dr. B.) Mij dunkt het beter gezegd dat elke soort op volmaakte wijze aan haar tijd en omgeving wordt aangepast. De aanpassing wordt in de leer der ontwaarding erkend, eveneens de quantitatieve en qualitatieve progressie door het gebruik. Doch hierdoor wordt nergens een progressie in den functioneelen bouw, dus iets nieuws gewrocht. Een merkwaardig experiment kan de behandeling van dit vraagstuk nader toelichten. In de diepten der zeeën, in grotten, in oude putten, in de aarde en in bronnen leven dikwijls blind geworden dieren. Aanvankelijk meende men dat die dieren door het leven in de duisternis blind zijn geworden. Door een „volmaakte" aanpassing en door een „natuurlijke" zuinigheid zouden de oogen rudimentair geworden zijn. J. LOEB bewees evenwel door een aantal proefnemingen kort geleden, dat het blind worden der dieren geen gevolg van de aanpassing kan zijn, doch de oorzaak moet worden gezocht in een erfelijke storing van den bloedsomloop, waardoor de voeding der oogen gebrekkig werd. (Biol. Bulletin Woods Hole vol. 29 p. 50 v.v.) Daardoor gingen de oogen in waarde achteruit en konden de betreffende diersoorten zich niet in het licht handhaven. 11. In het door mij genoemde voorbeeld der longvisschen zou de toekomstige vorming van een landdier als progressie kunnen worden beschouwd. (Br. B.) In dit geval zou dus het toekomstige landdier een slangachtige voortbeweging hebben, doch in de natuur zijn alle gewervelde landdieren, welke deze wijze van voortbeweging hebben, reeds ontwaarde dieren, door het verlies der ledematen waarmede zij hun bestaan aanvingen. Vervolgens is het mij niet bekend dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's