1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59
51 Niet onbelangrijk is uit THORBECKE'S „Memorie van Antwoord op 't voorloopig verslag der commissie van rapporteurs voor het ontwerp van wet tot voorziening tegen besmettelijke ziekten" eenige nadere motiveering te citeeren naar aanleiding van gedane bezwaren, als het ingrijpen in de persoonlijke vrijheid, omdat het beginsel, waarvan THORBECKE uitging, daardoor beter uitkomt: „Het ontwerp grijpt in de persoonlijke vrijheid der ingezeten en druischt in menig opzicht tegen heerschende volksmeeningen in vele deelen des lands". Ongetwijfeld, wanneer de heerschende volksmeeningen in overeenstemming waren met de bepalingen van deze wet, dan zouden ze overbodig zijn. „Zij grijpt in de persoonlijke vrijheid der ingezeten." Zij grijpt in de vrijheid, waarvan, blijkens de ervaring in de epidemieën der laatste jaren, velen een zoo ruim gebruik maken, dat zij roekeloos besmetting op anderen overbrengen; zij grijpt in de vrijheid der gemeentebesturen om ziekten te laten voortwoekeren zonder de hand tot stuiting uit te strekken. Waarom ? Het Verslag zelf geeft het antwoord : „Waar het de bevordering der gezondheid of het waken tegen besmetting betreft, is het groote publiek zeer zorgeloos en onverschillig, zelfs roekeloos." Juist om die onverschilligheid en roekeloosheid is het volgens THORBECKE plicht van den wetgever tusschen beide te komen ; zijn plicht de gezondheid en het leven der ingezetenen zooveel het kan, tegen de roekeloozen te beschermen. Waarom scholen en geen andere publieke plaatsen wordt door THORBECKE aldus gemotiveerd: „Het bezoeken van schouwburgen, herbergen of kerken, een vrijwillig en gansch ander samen zijn, dan hetgeen in scholen of werkplaatsen aan overplanting van besmetting bij uitnemendheid is, behoeft niet verboden te worden." Ook het gewijzigd ontwerp van THORBECKE kwam, door zijn aftreden als minister, niet in behandeling. In plaats daarvan kwam zijn opvolger Minister GEERTSEMA den jsten Q(.^ 1372 met een nieuw ontwerp voor den dag, waarvan nu art. 17 en 18 aldus luidden: Art. 17. De gemeenteraden zijn verplicht toepassing en herhaling van inenting der koepokken ten allen tijde zooveel mogelijk te bevorderen. Tot het verleenen van subsidiën ter tegemoetkoming in de kosten van inrichtingen, welke bevordering dier kunstbewerking
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's