1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 87
79
Is er op het standpunt, dat Dr. KUYPER thans heeft ingenomen, ook met het oog op de conscientie-bezwaren geen voldoende grond te vinden, tegen den indirecten dwang, veel minder op grond van de „vrijheid". Dit toch is een phrase zonder inhoud en kan aangeheven worden door ieder die tegen de een of andere wet wat heeft. Beteekenis krijgt de vrijheidsleuze eerst als daarbij opgegeven wordt, welke vrijheid men eischt. In dit geval, zou ze luiden, niet de vrijheid om zich zelf in gevaar te brengen, doch en daar gaat het feitelijk over: „de vrijheid voor anderen een gevaar te worden". Dat dit een vrijheid zou wezen, om prat op te zijn, meen ik, niet slechts te moeten betwijfelen, maar als anti-revolutionair te moeten veroordeelen. Terecht schrijft LOHMAN ' ) : „Licht ziet men in alle politiezorg aanranding der vrijheid, en let niet op haar groote zegeningen. Den christenen betaamt dit allerminst. Men mag niet terwille van de individueele vrijheid van den mensch de onderlinge solidariteit uit het oog verliezen. Reeds Mozes heeft in het algemeen belang talrijke voorschriften gegeven waardoor inbreuk werd gemaakt op de vrijheid van beweging ; op vrijheid van verpleging; op huisrecht. Alleen behoort bij het geven van elk voorschrift vast te staan, dat zonder regeeringsbemoeiing in dit speciaal geval de algemeene welvaart en gezondheid noodwendig gevaar loopen; anders ontaardt de overheidsbemoeiing in bemoeizucht of tyrannie". In de beruchte Kamerrede (Mei 1911) heeft LOHMAN wel getracht de vaccinatie-wet aldus belachelijk voor te stellen: „Nu laten wij onze kinderen op 4 of 5 jarigen leeftijd inenten, ofschoon er in het geheel geen ziekte te zien of in aantocht is(!). Maar stel dat zij na verloop van eenige jaren wel in aantocht is, dan is het effect van de inenting geheel verloren gegaan, daarover zijn alle heeren het eens (1), maar dan is de inenting niet voorgeschreven. Wij hebben ons dus gewapend tegen een kwaal, die op groote distantie is, jaren lang zal wegblijven (1), maar die ons, wanneer ze komt ongewapend vindt (!). Dat is het stelsel, dat op het oogenblik onze wetgeving huldigt, en ik vraag of men dat niet iets belachelijks mag noemen ? Te meer omdat, indien ') Jhr. Mr. A. F. DE SAVORNIN LOHMAN, Onze Constitutie pag. 119.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's