Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 118

2 minuten leestijd

110 stoffelijke overblijfselen. Op dit gebied is de samenwerking van den geoloog, zoƶloog en phytoloog niet voldoende; de hulp van den ethnoloog en van den psycholoog is onontbeerlijk geworden. Wij kunnen in de ontwikkeling van de menschelijke beroepsvaardigheid tijdperken onderscheiden, die evenwel niet den absoluten ouderdom van het menschelijk geslacht aangeven, aangezien in elke eeuw volkeren leefden, die in den meest uiteenloopenden beschavingstoestand verkeerden. De beschavingstoestanden kunnen dus worden vergeleken, doch wij kunnen geenszins vaststaande perioden aannemen. Eerst waar onze betrouwbare geschiedenis aanvangt, begint de betrouwbare berekening van perioden. De oudste overblijfselen der menschelijke vaardigheid zijn steenen werktuigen, daarna vond men ook beender-werktuigen, vervolgens koperen, bronzen, ijzeren enz. Het gemakkelijk verteerbaar hout zal vroeger ook wel zijn gebruikt en verwerkt, omdat door de tegenwoordig levende volkeren, die steenen werktuigen gebruiken, ook hout wordt bewerkt en gebruikt. Soms geschiedt dit laatste zelfs op zeer vernuftige en veelzijdige wijze, waarbij tevens een groote kennis der natuur werd opgemerkt, welke op velerlei wijze voor huishoudelijke, medische of jachtdoeleinden en zonder eenige verdeeling van arbeid wordt ten nutte gemaakt. In het boek van G. en A. DE MORTILLET vinden wij op 105 platen honderden figuren, die een zeer goed overzicht van de hier bedoelde ontwikkeling geven. Daaruit kunnen drie voorbeelden dienen. Plaat 2 vertoont meer of minder regelmatig gebroken kwarts, dat in tertiaire lagen voorkomt. Men is het er niet over eens of deze stukken door menschen werden gebruikt. Zij vertoonen nauwelijks aanwijzingen, die als gebruikssporen zouden kunnen worden opgevat, en wanneer de vondsten der geologische etages worden vergeleken, dan blijkt het materiaal monotoon en dood, d. w. z. er zit geen variatie in den vorm en in het eventueel gebruik. Deze kwartsfragmenten maken in hunne eentonigheid denzelfden indruk als die der conglomeraten. De zoog. eoliten moeten als een product van natuurlijken oorsprong worden beschouwd, zooals vele geleerden ook reeds_ deden. Wel is waar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 118

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's