Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 40

2 minuten leestijd

32 Hoe stond het destijds met de vaccinatie. -) ^) Opgaven van het aantal vaccinaties en revaccinaf ies, die per jaar verricht werden zijn bekend:

in 1866 1867 1868 1869 1870 1871

48.009 51.831 48.527 63.416 64.501 452.469

1872 1873 1874 1875 1876 1877

59.234 133.931 88.207 91.737 100.836 100.525

1878 97.328 1879 97.702 1880 1 64.987 1881 87.697

Deze opgave bewijst zonder meer, dat de vaccinatie-toestand niet schitterend mag genoemd worden. In plaats van deze weer te geven verkiest de schrijver der Nota de wettelijke bepalingen mede te deelen, zich niet bekommerend over het feit, dat ze slecht ten uitvoer werden gebracht; en daarom niets bewijzen.

Het Koninklijk besluit van 18 April 1818 (Staatsblad N'=. 20) bevatte talrijke bepalingen, zoowel ter bevordering der koekopinenting als omtrent de kennisgeving van ziektegevallen aan de provinciale of plaatselijke geneeskundige commissie of waar deze niet bestaan aan het plaatselijk bestuur, omtrent de ontsmetting en de afzondering der lijders, alles nader uitgewerkt bij provinciaal reglement. De vaccinatie was bij verordening evenals thans bij de wet verplichtend gesteld voor schoolgaande kinderen, terwijl het toekennen van onderstand alsmede de opname in gestichten afhankelijk was gesteld van het overleggen van een vaccinatiebewijs. Sommige dier verordeningen, o.a. die voor Groningen, bevatten strenge bepalingen omtrent de afzondering van poklijders en de ontsmetting en vernietiging van voorwerpen, die met de besmetting in aanraking waren geweest. Ter beoordeeling van de vraag, in welke mate destijds de inenting werd aangewend, kan dienen het feit, dat in het jaar 1871 van de 39090 poklijders 17443 gevaccineerd, 472 gerevaccineerd waren, terwijl van 5956 onzeker was en van 1569, duidelijk geconstateerd kon worden, dat zij nimmer ingeƫnt waren. '*) ^) Absoluut onmogelijk is het uit deze gegevens eenig besluit te trekken omtrent de aanwending der vaccinatie of het b.v. 1/8 of 7/8 van de bevolking is. Alleen wanneer we het aantal inentingen kennen en het jaarlyksche geboorte cijfer, is bij benadering deze vraag te beantwoorden. Beide gegevens

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 40

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's