1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 121
113 groot geduld noodig geweest zijn, terwijl onze voorhistorische voorouders bovendien het succes zouden moeten hebben voorzien. Wij kregen dus onze huisdieren oorspronkelijk niet door een doelbewuste domesticatie of door een natuurlijke ontwikkeling van een hondenras, maar bij het verschijnen van den mensch was tevens zijn eerste huisdier, de oerhond met een betrekkelijk, zachtaardig karakter, aanwezig. De nu levende wilde of verwilderde afstammelingen van dit betrekkelijk zachtaardig oerhondenras zijn alles behalve zachtaardig, zij zijn in hun natuurlijke ontwikkeling wilder en bloeddorstiger geworden. Zelfs de wiskunde kan ons in de biologie helpen. QALTON PEARSON en WELDON gebruikten haar voor de studie der variaties, selectie en erfelijkheid. Doch FECHNER ziet kans om de organische gestalten mathematisch uit te drukken door middel van interpolatieformules. Zeventig jaren geleden heeft SCHÜBLER reeds voor de biologie op de beteekenis van de mathematiek gewezen, doch dit werk schijnt niet de aandacht te hebben getrokken. In de stöchiometrie en de krystallographie werd de wiskunde ook reeds toegepast en Schübler meent, dat een organische vormenleer zelfs tot voorspellingen en ontdekkingen zou kunnenleiden, zooals die welke later door MENDELEJEF met succes in de chemie werden gedaan. HERTWIG betwijfelt of de mathematiek die biologische waarde voor ons heeft, doch de oude SCHÜBLER meent, dat alleen de geringe algemeene belangstelling voor de mathematiek ons ten deze nog achterop houdt. Hij gaat zelfs verder dan de interpolatieformules en toont met voorbeelden aan, hoe elke verandering in de bedoelde formules, door wijziging van den poolafstand of Parameter of van een cijfer, tot degeneratieve lijnvormen aanleiding geeft. Genoemde voorbeelden geven slechts een klein begrip van het enorme aantal, dat voorhanden is en in de literatuur kan worden gevonden, vooral in het gebied der genoemde reserven. Met uitzondering van de uitingen der menscheiijke gaven is er in de natuur geen progressie bekend, zelfs niets, dat den schijn er van kan dragen. Hoogstens kan men aannemen, dat in de opeenvolgende plotselinge verschijningen der eerste voorouders van eenige grootere diergroepen een progressie bestaat, deze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's