1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 52
44
op kosten van het Rijk onderhouden werden of gesubsidieerd, alsook aan degenen, die daarin woonden om toezicht uit te oefenen; tenslotte ook aan de officieren en soldaten. Aangespoord om de vaccinatie te bevorderen, werden de landdrosten en de plaatselijke besturen, verder de bestuurders van particuliere gestichten. Medailles werden uitgeloofd aan degenen, die het grootste aantal vaccinaties gratis verricht hadden. Verder wordt in Art. 15 aan de regeering van de plaats waarin één of meer personen door de kinderziekte zijn aangetast, opgedragen, om alle mogelijke voorbehoedmiddelen aan te wenden ter voorkoming van verdere besmetting en in 't bijzonder om de noodige orders uit te vaardigen, dat gedurende dien tijd geen kind in de school komt, dat nog geene kinderziekte uit de natuur of door inenting gehad heeft of dat nog niet was gevaccineerd. Aan de geneeskundige commissie werd opgedragen te zorgen voor voldoende koepokstof; terwijl van Overheidswege gezorgd werd dat ook in dorpen en gehuchten gelegenheid verschaft werd om van het nut der vaccinatie gebruik te maken. De Maatschappij tot Nut van het Algemeen werd zelfs uitgenoodigd door kostelooze verspreiding van hare propagandablaadjes vooral de bevolking op het platte land, van het nut te overreden. Ook administratief werd de vaccinatie geregeld. Het beginsel, dat aan deze wetgeving ten grondslag ligt, blijkt uit haar motiveering: „Overwegende dat de nuttigheid der vaccine, zoo door eene algemeene ondervinding als door derzelver gezegende gevolgen, niet alleen in dit rijk, maar ook in andere landen ten volle is bewezen en het dus de plicht van ieder gouvernement is, deze heilzame kunstbewerking op alle mogelijke wijze aan te moedigen, hebben wij . . . ." Zoo werd dan reeds in 1808 van Overheidswege niet alleen tot vaccineeren aangespoord, doch ook op een deel der burgers dwang uitgeoefend, indirect op hen, die onderstand genoten, direct op hen, die in militairen dienst stonden. „Overwegende, dat de nuttigheid der koepokinenting, zoo algemeen erkend is, dat de zorg van het Gouvernement voor het belang der ingezetenen, stiekken moet om het gebruik van dit onschatbaar geschenk -der Voorzienigheid zooveel mogelijk te bevorderen, worden bij het besluit van 17 Nov. 1814 eenige wijzigingen aangebracht" nl. in het decreet van 1808.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's