Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 54

2 minuten leestijd

46

ontsmetten. Gelijktijdig werd een geneeskundig Staatstoezicht in het leven geroepen, om voor de uitvoering der wet zorg te dragen. Dank zij de meerdere of mindere activiteit van provincialeals gemeentelijke besturen kwamen bovendien nog meer plaatselijke bepalingen voor ter regeling der revaccinatie, welke gedeeltelijk althans onder den invloed der centrale regeering tot stand zijn gekomen. Kortheidshalve worden alleen die vermeld welke voor de stad Amsterdam gelden. Bevatte het Koninklijk Besluit van 25 Nov. 1808 de bepaling, dat bij een epidemie geen ongevaccineerde op school mocht worden toegelaten, bij kennisgeving van 17 Nov. 1812 werd voor Amsterdam reeds het gevaccineerd zijn voor hen, die de kinderziekte nog niet gehad hadden, de voorwaarde voor toelating op de scholen: „Geen kind mag op de scholen, hetzij op de stads-, armenof bijzondere hoegenaamd (de kleine kinderscholen daaronder begrepen) worden toegelaten zonder dat, wat de eerste betreft, aan curatoren der stads-armenscholen en wat de overige betreft aan de Leden der Plaatselijke Schoolcommissie dezer stad bewijs zij ingeleverd dat het de natuurlijke kinderziekte heeft ofidergaan, ingeënt of gevaccineerd zij." De 4e kennisgeving van 20 Maart 1813 bepaalt, dat geen kind op school toegelaten mag worden zonder pokkenbriefje en dat deze door de schoolhouders elk kwartaal ingeleverd moesten worden met de namen der kinderen die ter schole gaan. De 7e kennisgeving van 1 Maart 1823 spoort in Art. I „allen leeraren van den godsdienst, bestuurders, regenten, diakenen, kommissarissen, curatoren, meesters, geneesheeren, kruidmengers, heelmeesters, of te welken naam zij ook zouden mogen dragen", op het krachtigst aan „geene poging te sparen tot medewerking, bevordering en onderhouding van al wat ten nutte van het onwaardeerbaar geschenk der koepokinenting strekken kan". Art. Il: „Daar bij onderzoek gebleken was, dat in meer dan een opzicht de bepalingen omtrent de vaccinatie niet naar behooren nagekomen werden, worden alle stedelijke regenten, beambten en gebenificeerden hoegenaamd, gelast tot de sterkste naleving, onderhouding en bevordering van hetgeen aldaar is voorgeschreven en worden zij in hetgeen zij in dien opzicht of ten aanzien van dit besluit zullen nalaten, verantwoordelijk gesteld."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 54

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's