Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 103

2 minuten leestijd

95 forschen sprong, die u uit het gedrang zal brengen, en daarna den weg omzichtig opnieuw te zoeken, terwijl op eenige ervaringen zal worden gewezen; vervolgens hoop ik met u aan te komen op een plaats waar uw ziel en uw intellect geen heimwee krijgen. Daar zult gij een kennis opdoen waarmede straks, wederom in de levensdrukte aangekomen, het gansche feitenmateriaal opnieuw kan worden ontdekt, maar dan zóó, dat ook zijn eenvormigen waren aard en natuurlijke orde bloot liggen. Het bewijs voor mijn inzicht wordt in het bestaande materiaal gevonden, dat, geheel bevrijd van een vooropgestelde philosophie, als feiten zal spreken. Men vindt dit bewijs in de anatomie, de ontogenie, de leefwijze, de ethnographie en in de palaeontologie. Een zeer groot aantal feiten werd reeds verzameld en beschreven; zij staan gereed voor de toepassing in een wetenschappelijke theorie. Ook het experiment heeft reeds groote diensten bewezen en ik zal straks eenige opmerkelijke resuUaten citeeren. In de chemie en physika kon men eerst later van een ontwikkeling spreken, nadat twee machtige zuilen der theoretische wetenschap in puin vielen, namelijk de beschouwingen over de elementen en die van het behoud der energie. Wat de aardkunde betreft werd reeds in het begin der historie over een ontstaan en ontwikkeling gespeculeerd, doch eerst omstreeks 1800 begon een meer wetenschappelijke studie. Met LEYLL ving een krachtige ontwikkeling der geologie aan, vooral omdat deze geleerde de descendentieleer steunde, doch LEYLL was evenmin als DARWIN gelukkig met zijn openbaring over de geleidelijke ontwikkeling der aarde. Het normale werd door hem goed voorgedragen, doch verkeerd toegepast en opgevat. De uitzonderingen kregen daardoor een verkeerde beteekenis en wij constateeren per slot van rekening, dat zijn werk, voor zoover dit niet van voorgangers werd overgenomen, ons alleen maar een materiaal-vermeerdering verschafte. De bewijsvoering zal niet worden verborgen onder beschouwingen over vele onderdeden der evolutietheorie en door de discussie daarover, doch direct worden toegelicht met de positieve resultaten, die zullen worden samengevat. Het bewijs kan bijvoorbeeld worden gevonden uit de resultaten der erfelijkheid in verband met de natuurlijke teeltkeus, die ons leeren, dat de natuur slechts

f

li

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 103

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's