Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 109

2 minuten leestijd

101 «minente geleerden over de natuurlijke teeltkeus oordeelen. Het is ook gemakkelijk in te zien, dat kleine variaties geen nuttigheidseffect kunnen veroorzaken, omdat een variatie die niet geheel organisch kompleet optreedt, feitelijk nutteloos is. Daartegenover persisteeren rudimentaire organen tegen alle teleologische theorieën in op opvallende wijze en degenereeren zelfs langzaam maar zeker naar de totale verdwijning. Een opvallende theorie konden ROSA en ook anderen uitwerken, namelijk die der progressieve reductie der variabiliteit, waardoor het uitsterven van vele soorten kan worden verklaard. Het vermogen om te varieeren kan dus op zichzelf reeds argumenten leveren. Mijn beschouwing is voor een bewijs geenszins uitsluitend op de palaeontologie en praehistorie of historie aangewezen. Van uit het groote gebied der variaties volgen wij nu de praktische resultaten, welke in de philogenie kunnen worden nagegaan. Wij beginnen met een phylogenie, waarvan ABEL in een bekend modern werk zegt: „Eine der bekantesten Reihen dieser Art ist die Dipneustenreihe". De tegenwoordige longvisschen zijn visschen, die voor de ademhaling, behalve van een kieuwapparaat ook van de zwemblaas via den darm afhankelijk zijn. De darm-zwemblaas-ademhaling wordt iets belangrijker naarmate het oorspronkelijk volkomen kieuwapparaat zwakker wordt, doch deze omwisseling compenseert de kieuwademhaling niet, zij vertraagt alleen den ondergang der soort. De tegenwoordige levende zoogenaamde longvisschen hebben niet meer het opgewekte vischleven hunner voorouders, doch zijn tot zeldzame, trage modderbewoners van eenige tropische gewesten verworden. Hun aangeboren vermogen, waarmede door het meerder gebruik de quantitative prestatie van het darmapparaat wordt mogelijk gemaakt, redt de soort van een veel snelleren ondergang. De ademhaling geschiedt bij de dieren anatomisch door een huid- en door een darmapparaat; bij de longvisschen werd de darmademhaling in de blaas vergroot, doordat de huidademhaling in het kieuwapparaat atrophisch werd. Een dergelijke verwisseling in de belangrijkheid van bestaande en functionneerende apparaten wordt ook in andere gevallen in de dierenwereld aangetroffen, doch van werkelijke compensaties is mij niets bekend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 109

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's