Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 66

2 minuten leestijd

58

niet onbelangrijk, en niet minder voor de vraag, hoe de Staat zich te plaatsen heeft tegenover de conscientie. Hel Wetsontwerp LOHMAN in zake de vaccinatie. Volgens LOHMAN ^) bestaat alleen dan een afdoende reden voor Overheidsbemceiing, als aangetoond kan worden dat — „indien niet ieder wordt ingeënt de openbare gezondheid gevaar loopt, m. a. w. omdat de niet ingeente gevaarlijk is voor zijn omgeving." -Ook als minister huldigde LOHMAN dit zelfde beginsel, zooals blijkt uit zijn brief aan den Bond tegen Vaccine-dwang, ^) waarin vermeld wordt dat aan een der ambtenaren opgedragen werd: „nauwkeurig de nieuwste, voornamelijk de officiëele mededeelingen op het gebied van het vaccinatie-vraagstuk na te gaan, bepaaldelijk met het oog op de door mij gestelde vraag, óf oningeënten voor hun omgeving gevaarlijker zijn dan ingeënten, en mij, onverschillig welke de uitkomsten waren, den uitslag van zijn. onderzoek mede te deelen." Slechts een kleine anderhalve pagina wordt aan de beantwoording van die vraag besteed, en dan nog op een wijze, die gespeend is aan wetenschappelijken zin. Voor LOHMAN echter een motief om wetwljziging voor te stellen, die afschaffing van den dwang beoogde. In de Memorie van Toelichting, schrijft minister LOHMAN : „eene zoodanige wijziging voor te dragen, dat de vrijheid van hen, die werkelijk ernstige bezwaren tegen de koepokinenting hebben, volkomen wordt gewaarborgd, maar toch de aandrang tot het toepassen der inenting, die gelegen is aan het verbinden van deze aan den toegang tot de school, behouden blijve." Om aan den indirecten dwang te ontkomen wordt voorgesteld dat: „indien het minderjarigen geldt, de ouders of voogden, of, indien het meerderjarigen geldt, deze zelve persoonlijk, mondeling of schriftelijk, aan den burgemeester moesten verklaren, dat zij tegen de toepassing der koepokinenting op den persoon, wiens toelichting het betreft, bezwaar maken." Het standpunt van den minister wordt aldus samengevat: „Bevordering der vaccinatie van regeeringswege, daar de deskundigen haar noodig achten voor de volksgezondheid. Doch geen ') Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lohman. Een Vaccine-aanbidder, 1912, p. 3. 2) „Vaccine-vereering" 1892, p. 5.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's

1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 66

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's