1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 60
52
ten doel hebben, wordt jaarlijks een som op de Staatsbegrooting uitgetrokken. Art. 18. Gelijke verplichting als in het vorig artikel vermeld, rust op bestuurders van gestichten van weldadigheid in Art. 1 en 2 der wet van 28 Juni 1845 (Staatsblad No. 100) vermeld, van gevangenissen, van bedelaars- en krankzinnigengestichten, alsmede ook op de kommandanten van legercorpsen of oorlogschepen ten opzichte van hen die aan hunne zorg toevertrouwd of onder hunne bevelen geplaatst zijn. Uit de hier volgende Nota van toelichting, blijkt nader dat Minister GEERTSEMA van een geheel ander beginsel uitging: „Vaccinatie moge een heilzaam presevatief (voorbehoedmiddel) zijn, uit dien hoofde de meest mogelijke aanbeveling verdienen, naar de meening der ondergeteekende moet de wetgever te dien aanzien kiezen tusschen twee beginselen : Hij zal die kunstbewerking 6f voor allen gelijkelijk verplichtend moeten stellen, öf wel zich bepalen tot bevordering van hare toepassing door alle daartoe leidende middelen, behalve juist door wettelijken dwang. „Het aanhangig ontwerp — en dat mag bij dit hoofdpunt niet vergeten worden — draagt in het algemeen en te recht een repressief karakter (d.i. ingrijpende als het kwaad er reeds is). Maatregelen van voorbehoeding worden slechts dan verplichtend voorgeschreven, wanneer besmetting in loco ontstaan is of nadert. Een bevel tot vaccinatie, ten allen tijde zonder onderscheid na te leven, is veel meer praeventief (d.i. ter voorkoming). Daar aan kan geen repressief karakter toegekend worden. In zoover valt de laatst voorgestelde bepaling inderdaad buiten het kader dezer wet. De ondergeteekende zal zich onthouden van de ietwat gezochte onderscheiding tusschen verplichte vaccinatie en de zoodanige als tot dusver was voorgesteld. „Dat op geen enkele school, openbare noch bijzondere, een leerling noch onderwijzer mag worden toegelaten tenzij hij gevaccineerd zij, verplicht voorzeker niemand tot vaccinatie, doch sluit de deur, die welbegrepen staatsbelang zoo wijd mogelijk wenscht open te stellen, althans voor velen dicht. „De welvaart der maatschappij, nog meer te waardeeren, dan dat belang, wordt kwalijk bevorderd door wetsbepalingen, die in hare werking, ten deele althans, zouden moeten goedmaken wat de wetgever beter achtte niet te verordenen : de verplichte vaccinatie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 142 Pagina's