1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 91
79
deze plant nergens in het wild wordt aangetroffen, en dat steeds en overal de z.g.n. mutaties voorkomen, terwijl van de zaden van 100 andere onderzochte soorten er niet een iets dergelijks vertoonde. Daarbij komt, dat deze verdwaalde tuinplant — en tuinplanten zijn meest hybriden — nog een belangrijke eigenschap van een hybride vertoonde, n.l. dat een groot aantal, zelfs 50 %> pollenkorrels en eicellen, onvruchtbaar was Wat aldus aangezien werd voor een mutatie, is niet anders dan het uiteenvallen van de hybride in een zaadvasten vorm. Dr. LoTSY concludeert dan ook: „Alles schijnt mij tegen de ver-' onderstelling van een bestaan van erfelijke variabiliteit te spreken. Dat bewijst natuurlijk nog niet, dat zij niet bestaat, want wèl zie ik kans te definieeren wat een zuivere soort is, n.l. het totaal van alle individuen van dezelfde constitutie, die slechts eene soort van voortplantingscellen vermogen te vormen, maar tot heden ontbreekt het ons aan middelen om steeds, met zekerheid, in de praktijk te bepalen of een of andere vorm een zuiver soort is". Het ontstaan der soorten wil Dr. LOTSY alleen verklaren uit de kruising. Zoo b.v wanneer men twee verschillende erwten, een groenzadige, rondzadige, langstelige, blauwbloemige, en een geelzadige, vierkantzadige, kortstelige, witbloemige, erwt kruist, krijgt men een eenvormige generatie van hybriden, waarvan de voortplantingscellen de 16 mogelijke combinaties vertoonen. Twee daarvan zijn gelijk aan de oorspronkelijke, de overige 14 zijn nieuw. Zoo besluit LOTSY : „de eenige bekende wijze, waarop soorten ontstaan, is door kruising". Van deze kruisingstheorie verwacht LOTSY een sterke wijziging in opvattingen, inzonderheid op het gebied der afstammingsleer, want niet langer kan aanvaard worden, dat twee veel op elkaar gelijkende vormen nader verwant zijn, of dat tusschenvormen, overgangsvormen zijn. Zelfs gaat L. zoover te beweren, dat elke maatstaf om te bepalen wat hooger of lager is, ontbreekt, en dat van progressie niet mag gesproken worden. Dit zou een anthropocentrisch begrip zijn. Een vogel, zelfs een plant zou van eigen standpunt zich de meerdere van den mensch kunnen achten, de vogel wegens zijn vliegvermogen, de plant omdat ze in staat is tot synthese en dier en mensch op haar parasiteeren 1 Dat, afgedacht van het intellect, de mensch als organisme het meest harmonisch ontwikkeld is, en dat ook in plant- en dierenrijk, het eene organisme
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's