1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 78
66 zonnen niet eens bestaan. Ja, zegt BOHR, maar wie neemt nu nog aan dat deze wetten onbepaalde geldigheid hebben. Elk gelooft dat een elementairmagneet bestaat uit een atoom waarom minstens één electron rondloopt. Welnu, volgens de z.g. klassieke wetten der electrodynamica moet een aldus rondloopend electron zeer sterk energie uitstralen — zóó sterk dat het welhaast alles kwijt is en op de kern komt; hiervan leert de ervaring niets. Het loopt onbepaald lang rond. Neen, hiervoor moet men met PLANCK de zaak op een andere wijze aanvatten. In zijn rectorale rede van Oct. 1913, getiteld „Nieuwe wegen der Natuurkunde" zegt deze dat hij nu eens drie wetten zal noemen die het in den jongsten tijd hebben moeten afleggen doordat ontdekte feiten hen in strijd brachten met nog meer fundamenteele wetten der Natuurkunde. Het zijn dan de „onveranderlijkheid der chemische atomen", de „wederzijdsche onafhankelijkheid van ruimte en tijd" en de „continuïteit der dynamische werkingen". Van deze drie boezemen ons thans de eerste en de laatste belang in; de eerste staat in onmiddellijk verband met onzen titel, terwijl de laatste thans door BOHR te hulp wordt geroepen — of liever, tot zijn hulp gereed staat daar de opvattingen van PLANCK hieromtrent nog steeds op 't merkwaardigst worden bevestigd. PLANCK zegt: de uitstraling van energie door een atoomvibrator gaat niet continu, gelijk men tot dusver meende, maar in discrete porties. Als een vibreerend atoom de frequentie v heeft, wordt op eenmaal uitgezonden een portie h v ergen, waarin h een universeele waarde heeft n.l. 6.5 x IQ-^'' erg. sec. Op deze wijze beschouwd krijgen atoommodellen geheel andere condities voor stabiliteit en zoodoende krijgt BOHR vasteren grond onder de voeten en ontwerpt in duidelijke trekken een beeld van een atoom van een willekeurige stof — om dan welhaast zijn resultaten toe te passen op een kern met lading e, waaromheen één electron, natuurlijk met lading e, rondwentelt. Het is hier niet de plaats om de berekeningen van BOHR te herhalen; laat mij volstaan met de hypothesen en de uitkomsten te noemen. BOHR veronderstelt nu dat een electron om een kern verschillende stationnaire banen kan beschrijven, met grooteren en kleineren straal. Zoolang een electron zulk een stationnaire baan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's