1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 87
75 moesten voor het betoog der rede meer en meer wijken en wij zijn er vast van overtuigd, dat toeneming der crematie-gewoonte op het wijzigen van door eeuwen ingewortelde gevoelens grooten invloed zal uitoefenen". De lectuur van dit sympathiek geschreven boekje is wel in staat invloed uit te oefenen, omdat het doet zien dat de gewoonlijk gebruikte argumenten niet van kracht zijn. Dat geldt ook van de motieven door Dr. Kuyper aangegeven in zijn „Antirevolutionaire Staatkunde" 1916, want dat het Ie een „heidensch verzinsel is," is zonder meer geen reden om dat niet over te nemen. Als argument vervalt ook het 2e „dat heidenen als in Egypte, er prijs op stelden op bewaring en goede verzorging van de lijken". Weinig kracht schuilt ook in de 3e bewering „dat de bodem der aarde van zulk een gehalte is, dat ze als op de ontvangst van lijken is voorbereid, en tevens geleidelijke vertering op normale wijze tot stand brengt", want voor een goede toebereiding der aarde voor een goed ingericht kerkhof, behoort heel wat verricht te worden. Gezocht is ook het 4e argument „dat de onloochenbare consequentie, dat, ware crematie de vaste, de altoos doorgaande bejegening geweest, die aan het lijk ten deel viel, van zelf ook het lijk van Christus, aan de crematie ten offer zou zijn gevallen, ook de verrijzenis van Immanuel zou zijn uit te lichten" want de consequentie van het- heden, heeft geen terugwerkende kracht. Hoogstens kan men er uit afleiden, waarom tot dien tijd niet de urne maar het graf in eere moest zijn onder de joden. Doch eenerzijds toegegeven, dat argumenten als deze niet bevredigen, anderzijds kan ik toch niet toegeven, dat het een gevoelsquaestie is zonder meer, en gewoonten in staat zouden zijn de gevoelens langzamerhand om te zetten, daavoor hangt deze quaestie, zij 't ook indirect, te veel samen, met de religieuse levensopvatting. Zoo heeft o.a.-WEGMAN ERCOLANI het verstaan, als hij schrijft: „De crematie is een middel te meer om den waren godsdienst der toekomst ingang te doen vinden". Niet dat er een bepaald gebod toe noodig was; het begraven was een vanzelfheid, want het geldtin de eerste plaats de quaestie van symboliek, het uitdrukken van de onzichtbare idee in een zichtbare daad. Het is een algemeen menschelijke eigenschap, achter het concrete 't abstracte te zoeken, achter de zichtbare verschijnselen den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's