1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 32
20
door de phagocyten, en ten slotte zelfs geheel opgeruimd en in deelen meegesleept. Men kan echter vragen : Berusten deze verschijnselen nu eigenlijk wel op strijd ? Men zal geneigd zijn toe te geven, dat de plasmacellen en leucocyten aanvallen, maar een strijd veronderstelt, dat de aangevallen partij zich ook verdedigt. En kent men nu ook deze symptomen van verweer? Het is mij niet bekend, dat deze nauwkeurig beschreven zijn. Doch wanneer men er op let, dat zelfverdediging een kenmerk is van elk leven, 't zij van het geheele lichaam, 't zij van de afzonderlijke deelen, dan kan de gedachte niet onderdrukt, dat, wanneer men goed kleurbare weefselcellen (dus niet afgestorvene) door andere cellen ziet verorberd, zulks niet zal geschieden, zonder dat de aangevallen partij zich daartegen verzet. Voor eene goede functionneering van ons lichaam is het echter noodig, dat alle lichaamsdeelen harmonisch samenwerken. Is dit niet het geval, dan onstaan wantoestanden. En bijzonder is dit wel het geval, wanneer één orgaan of meerdere organen formeel destructief gaan werken op voor het leven onmisbare cellen en organen. De pathologie der bloedziekten opent in dit opzicht in de laatste jaren wel een zeer bijzonder perspectief. Laat ik in dit verband U iets mogen mededeelen over onze nieuwere opvattingen omtrent het wezen der pernicieuse anaemie. Voor de niet-medici in ons midden mag ik zeker wel even mededeelen, dat dit een zeer ernstige vorm van bloedarmoede is, dat het einde der ziekte bijna steeds doodelijk is, (vandaar de naam !) en dat ze gekenmerkt is door een typische samenstelling van het bloed, zoowel wat het haemoglobine-gehalte als het aantal en den vorm der roode en witte bloedcellen betreft. Naar de eigenlijke oorzaak dezer ziekte is lang gezocht en wordt nog steeds gezocht, want ze is nog steeds niet goed bekend. Het is hier de plaats niet, uitvoerig op de aetiologie in te gaan; vandaar dat ik, hoe interessant het ook moge zijn enkele geschilpunten in dezen naar voren te te brengen, er verder over zal zwijgen. Bij deze ziekte komt o.m. steeds eene meer of minder sterke vergrooting van de milt voor. Oorspronkelijk dacht men, dat deze miltvergrooting z.g.n. spodogeen moest worden verklaard, d.w.z. dat de milt nu meer dan onder normale omstandigheden de resten van bloedlichaampjes moest vernietigen, en wegens de meer intensieve functie zou eene arbeids-hypertrofie ontstaan. Nauwkeurig pathologisch-anatomisch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's