Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 90

2 minuten leestijd

78 De inhoud van dit boekje, wordt het best weergegeven door den titel, die Dr. R. daaraan zou willen geven : „Het tegenwoordig standpunt in de botanie ten opzichte van het ontstaan der soorten." Meesterlijk geteekend wordt de historische lijn, waarlangs de evolutie-leer zich ontwikkeld heeft en het verschil en de overeenkomst aangegeven van de evolutie-leer van LAMARCK, van D A R W I N , van

H U G O DE VRIES.

Scherp toegelicht wordt de gemeenschappelijke fout: het aannemen van het bestaan van „erfelijke variaties", en in dit verband gewezen op de groote verdienste van JORDAN, die zich de vraag stelde: „Is de Linné'sche soort een eenheid, ja of neen?" en experimenteel aantoonde — het eerst bij Draba Verna — dat dit niet zoo was, maar dat ze uit kleinere eenheden bestaat, thans Jordanonten geheeten, (ter onderscheiding van de soorten van Linnaeus Linneonten,) welke eenheden bleken constant te zijn, zaadvast. Al hebben latere experimenten aangetoond, dat soms ook de Jordanont, nog in kleinere eenheden te splitsen is, het bewijs was geleverd, dat, wat men tot dusverre als erfelijke variaties meende te kunnen aannemen, gevolg was van een kruising, en te rangschikken is onder de wet die MENDEL vond bij hybriden. Belangwekkend is de wijze, waarop Dr. LOTSY psychologisch verklaart, hoe Prof. HUGO DE VRIES tot zijn mutatie-theorie kwam. Allereerst toch ontwikkelde DE VRIES zijn pangenen-theorie, en leidde daaruit af hoe variaties kunnen ontstaan, n.l. door het latent worden, het verloren gaan, doch ook door het vermeerderen van „de pangenen", in welk laatste geval dan de progressieve mutatie zou ontstaan. Zeer vernuftig was deze theorie hypothetisch in elkaar gezet, en liet zich zeer goed vereenigen met de wetten van MENDEL, ZOO zelfs, dat DE VRIES hierin het bewijs zag voor de juistheid zijner pangenen-theorie, zoodat deze alleen nog gedemonstreerd behoefde te worden. Dank zij deze vooringenomenheid, heeft Prof. DE VRIES, toen hij de Oenanthera Lamarckiana leerde kennen, zich niet afgevraagd of deze plant inderdaad wel soort-zuiver was, maar dit zonder meer aanvaard. Hoe groot deze vooringenomenheid met eigen theorie was en ook de vooringenomenheid van hen, die in de mutatie-theorie van DE VRIES nog wel een experimenteel bewijs zagen voor de evolutie-leer, blijkt uit de argumenten, die aangevoerd worden voor de hybride natuur van de Oenanthera Lamarckiana, n.l. dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's

1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 90

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's