Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 36

2 minuten leestijd

24

aanwezigheid en werkzaamheid van den auto-haemolytischen amboceptor. Het laat zich immers ook gemakkelijk indenken, dat deze amboceptor een oogenblik vrij en werkzaam aanwezig is, vóórdat hij zich aan de erythrocyten hecht, en dat korte oogenblik kan voldoende zijn voor het verwekken der beschreven shockverschijnselen. Bovendien is het nooit gelukt een proefdier anaphylactisch te maken met eigen roode bloedlichaampjes of haemoglobine, zoodat de aato-anaphylaxie een begrip in de serologic van den mensch is, dat WIDAL C S. trachtten in te voeren, doch dat absoluut onbewezen, zelfs zeer onwaarschijnlijk is. En door de nauwkeurige bestudeering van dit ziektebeeld is het geoorloofd thans met vrij groote zekerheid a^n te nemen, dat auto-anaphylaxie, ontstaan uit giften, uit andere, doch ook weer eigen lichaamscellen gevormd, zeer onwaarschijnlijk is. Zien we nu nog eens een oogenblik terug, dan hebben we kunnen opmerken, dat de feiten een onderlingen strijd van cellen en weefsels onder bepaalde omstandigheden niet weerspreken. Ons lichaam kan zelfs in hooge mate ziek worden door giften, uit eigen cellen ontstaan. De feiten weerspreken wel de meening, volgens welke ons lichaam zich zelf zoude kunnen immuniseeren tegen zijn eigen bestanddeelen. En op grond van de bekende feiten mag zelfs worden verwacht, dat het bewijs voor een dergelijk „auto-immunisatie-proces" nooit zal kunnen worden geleverd, daar dit laatste in strijd is met de wijze, waarop immuniteit, 't zij bij mensch of dier, kan optreden. VI. In het voorgaande spraken we steeds van zelf-verdediging, immuniteit, etc. bij mensch en bij dier, zonder dat we ook maar eenig onderscheid tot nog toe naar voren brachten, dat tusschen den mensch en de hooger georganiseerde dieren kon bestaan, en waaruit kon blijken, dat er een principieel verschil zoude zijn tusschen de verdediging van het menschelijk en het dierlijke * lichaam. Tot nog toe is geenerlei bewijs gebrac/it, dat zulk een principieel verschil bestaat. En m. i. is het ook zeer onwaarschijnlijk, dat zulk een bewijs geleverd zal kunnen worden. Bij de studie van de physiologie, pathologie, enz. is toch ook gebleken, dat, al mogen sommige orgaanfuncties bij den mensch anders verloopen als bij sommige dieren, zooals ook de bouw en de functies van elk afzonderlijk orgaan bij de verschillende

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's

1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 36

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's