Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 79

2 minuten leestijd

67

te geiooven. We mogen ons duizend malen voorhouden, dat we geen recht hebben de mogelijkheid te ontkennen, dat b.v. een steen, dien we opgeworpen hebben, na zijn hoogste punt bereikt te hebben, niet gaat vallen, maar blijft zweven, — toch zouden we, als iemand ons vertelde dat gezien te hebben, allerlei onderstellingen opperen, die ons zouden kunnen helpen, om het verhaal niet als feit te aanvaarden, maar, tenzij zeer bijzondere geloofwaardigheid en ernst van den verhaler een tegenwicht tegen de onwaarschijnlijkheid van de gebeurtenis vormden, zouden we het niet geiooven of we nu physicus zijn of niet. Er komt nog bij, dat een physicus door zijn heele training er toe geleid wordt voor vreemde gebeurtenissen natuurlijke oorzaken te zoeken. Hij heeft zoo vaak gezien, dat, naarmate zijn kennis en inzicht vermeerderde, allerlei wonderlijke verschijnselen verdwenen. Nog .in de tweede helft der vorige eeuw zei een beroemd physicus als KiRCHHOFF schertsenderwijze, dat de electriciteit zoo haar bepaalde dagen had, waarop ze niet wou en allerlei grillige en wispelturige verschijnselen op dat gebied, zijn we nu gaan beheerschen. Wat voor den physicus even goed als voor een ander beslissend is, bij het aanvaarden van het wonder, kan niet anders zijn dan de innerlijke overtuiging omtrent de betrouwbaarheid en objectiviteit van dengene, die een wonder verhaalt. Door wat voor oorzaken nu die innerlijke overtuiging gewerkt wordt, zij hier buiten beschouwing gelaten. Behalve de vraag naar de principieele mogelijkheid van het wonder, blijven er nog genoeg vragen over, die met de bijzondere denk- en onderzoekingswijze van den natuurkundige in verband staan. Ik noem daarvan slechts een drietal, dat mij meer bijzonder heeft beziggehouden: 1. Is er aanleiding om te meenen, dat er nog wonderen geschieden? 2 Hoe zal men uitmaken, of men met een echt wonder te doen? 3. En wat de wonderen in het verleden betreft, waarvan ons in de Bijbel verhaald wordt, hoever mag en kan en moet men gaan met daarvoor een physische verklaring te zoeken? Om met de laatste vraag te beginnen: voorop sta, dat men m. i. niet en nooit van een verklaring van een wonder zal kunnen spreken, omdat we het niet met andere dingen in verband kunnen brengen. Laat ik een concreet voorbeeld nemen: het wonder van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's

1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 79

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's