1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 26
14 taak der beoordeeling van de geschiktheid voor het beroep. Terecht wijst HYLLA er op, dat de arbeid voor de „Berufsberatung" in de eerste plaats in aanmerking komt voor de groote steden en nog langen tijd alleen voor deze. Het zou volgens hem niet al te moeilijk zijn voor de onderwijzers dezer steden zulke inrichtingen te maken en reeksen voordrachten of cursussen over deze gebieden te geven. Dat daarbij aan den onderwijzer een moeilijke en gewichtige taak wordt opgelegd, zal iedereen moeten toestemmen, die gewoon is deze taak op andere wijze te vervullen, die dus krachtens zijn ambt en opleiding zich in de gave van waarnemen geoefend heeft en gewend is de gegevens in aanteekeningen neer te leggen. REBHUHN heeft een psychographischer Beobachtungsbogen für begabte Volksschüler samengesteld, maar heeft ook daarbij de restrictie gemaakt, dat hij alleen een proeve, een ontwerp geeft, dat zeker nog in velerlei opzicht te verbeteren is. Hierin zijn naast vragen van het intellect ook die naar gevoelens en affecten en den wil opgenomen. Zoo wordt gevraagd (ik geef telkens maar enkele voorbeelden) naar het temperament van den leerling, naar zijn gevoel van eigenwaarde, eergev^oel, meevoelen, enz., voorts naar de sterkte of zwakheid van den wil en naar zijn werkpraestaties. In afzonderlijke rubrieken worden dan nog vragen gesteld naar zijn „Stellungnahme" (zelfstandig of onzelfstandig, neiging om te leiden, te organiseeren) zijn begaafdheden, zijn positie in de gemeenschap („geniet de leerling het bijzondere vertrouwen van zijn medeleerlingen of niet?") zijn algemeen gedrag (ten opzichte van zedelijke eischen, ten opzichte van andere personen, van zijn omgeving). REBHUHN vindt het gewenscht, dat de meeste vragen, het zijn er ongeveer 60, uitvoerig beantwoord en ook de gronden aangegeven worden, waarom, het antwoord aldus luidt. Men mag dus geen vermoedens geven, maar alleen datgene invullen, wat werkelijk is waargenomen, zoo mogelijk ook voorbeelden bijbrengen uit het mondeling en schriftelijk werk. Alleen waarnemingen worden geëischt Van experimenten moet men afzien. Voor alles is gewichtig het opvallend goede of gebrekkige op te geven, speciaal alles, waarop de onderwijzer zijn oordeel over bijzondere begaafdheid van den leerling grondt. Om het invullen van de lijst gemakkelijk te maken heeft nog toelichtingen gegeven, verklaringen, voorbeelden,
REBHUHN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's