1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 63
51 De heer VAN DER SPEK meent, dat elke jongen ook moet kunnen komen tot wat men noemt de hoogste bereepen, mits hij er slechts de vereischte eigenschappen voor bezit. Zoo'n jongen moet dan maar subsidie hebben. Alleen zij die subsidie zoo groot, dat hij zijn milieu, zijn omgang gelijk op met zijn hoogere ontwikkeling kan verschuiven. Want met de ontwikkeling moet 't milieu veranderd worden. Als dat niet gebeurt, zooals spreker 't b.v. herhaaldelijk ziet bij verpleegsters, dan blijkt de meerdere kennis te botsen met de onvoldoende savoir-vivre, de onvoldoende maintien. En hij meent ter andere zijde, dat 't een onbillijke bevoorrechting is, wanneer een jongen alleen daarom op dure scholen gaat, aan universiteiten kan studeeren, omdat hij uit gegoede kringen voortkomt. Zoo iemand wordt daardoor onbillijk bevoorrecht; want zijn straks niet naar verhouding rendable opleiding kost den Staat schatten, die de arme niet kan genieten. De heer BRUIN vraagt verder: als nu hetzelfde beroepskantoor, aan welks uitspraken de geachte spreker toch eenige bindende waarde meent te moeten toekennen, uitmaakt, dat de zoon van een gevierd diplomaat precies past in het psychogram van den putjesschepper, moet de jongen daarom putjesschepper worden? De heer VAN DER SPEK aanvaardt ook deze conclusie. Niemand behoeft bevoorrecht te worden, omdat zijn vader hoog staat. De heer BRUIN meent, dat de consequentie in dien gedachtengang is, dat bij een zoon, als zijn vader sterft, eerst eens onderzocht moet worden of hij wel waard is om te erven. Dat zou anders ook bevoorrechting zijn. Hij protesteert tegen dien gedachtengang. De heer SCHREUDER wil de voorlichting voor volwassenen en voor de jeugd uit elkaar houden. Bij volwassenen komen uitsluitend experimenteel onderzoek en gegevens van den persoon zelf in aanmerking. Daar is er veel teleurstelling, want bij het experimenteel onderzoek blijven de wil en't gemoedsleven buiten beschouwing, voor gegevens omtrent deze belangrijkste deelen van het zielsbestaan is men uitsluitend aangewezen op mededeelingen van den persoon zelf; hierbij overweegt het subjectieve element, hetgeen aanleiding geeft tot velerlei vergissingen. Bij kinderen gaat 't kiezen beter en kan aan verschillende groepen invloed op die keuze worden toegekend. En in 't bijzonder vestigt spreker dan allereerst de aandacht op de ouders, die hier
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's