1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 73
61 Aan den heer VAN DER SPEK zegt spreker, dat ook bij de oude volkeren wonderen zijn gebeurd: b.v. de Egyptische priesters deden wonderen. Dit rationalistisch te verwerpen is te gemakkelijk. Al is de helft onwaar, de rest is wel waar. Verwonderen behoeft ons dit niet. Volgens openbaring gebeuren er wonderen van satanischen aard. Spreker gelooft, dat de Satan deze soort wonderen doet; de Schrift leert uitdrukkelijk, dat hij dit doen kan. Ook de Roomsche wonderen dragen een ander karakter dan die van Christus. Steeds gebeurt het feit niet om een algemeene prediking te bevestigen, maar de persoon treedt zelf op als wonderdoener. Dit doet Jezus niet: Hij wil niet maar wat vreemds doen, maar een feit in relatie brengen met het persoonlijk geloof der getuigen: Hij kon niet veel krachten doen vanwege hun ongeloof. In de woestijn weigert Hij wonderen te doen. Dr. WoLTjER roert aan het slot van Marcus, waar staat, dat dengenen die gelooven, deze teekenen zullen volgen, enz. Sommigen schrijven dit slot niet aan Marcus toe, daar er geen wonderen meer gebeuren. Spreker hoopt, dat de discussie hierover nog iets zal brengen. De heer VAN DER SPEK vraagt of toch niet de wonderen der zweetdoeken der apostelen op één lijn staan met die der roomsche heiligen kort daarop. Prof. GROSHEIDE bevestigt ook, dat bij de oudste kerkvaders verhalen voorkomen tot zelfs over het opwekken van dooden in dien bewusten tijd, o.a. bij Ireneüs. Deze verhalen liggen in dezelfde lijn als die der Handelingen. Omstreeks 200 houden deze wonderen op, alsook de glossolalie. Omstreeks dien tijd is het N. T. als bundel een geheel geworden. Alle wondereu nu die daarin staan, hebben voor ons een normatieve beteekenis; de andere kan men wel gelooven — meer niet. Wat de heer WOLTJER vroeg over Marcus, het slot: alles wat daar staat, staat op andere plaatsen in den Bijbel zakelijk ook. Jezus spreekt bepaaldelijk tot de Apostelen. Op grond van vers 17 zou men denken, dat elk geloovige die wonderen doen kan, maar op grond van het verdere toch weer niet. De Voorzitter zou nog wel graag hebben gezien, dat Dr. WOLTJER iets gezegd had over het wonder van het stilstaan der zon op Jozua's bevel. Ook over het pinksterwonder had hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's