Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 76

2 minuten leestijd

64

er gezegd wordt, dat er dagelijks wonderen gebeuren, dat de wereld vol is van wonderen enz. Ik denk er niet aan te kort te willen doen aan den eerbied en schroom, aan de diepe bewondering, waarmede wij tegenover de levende en levenlooze natuur, als schepselen Gods, vervuld moeten zijn, maar daarmede is toch niet gezegd, dat wij geen onderscheid moeten maken tusschen natuurlijk en buiten-natuurlijk gebeuren en ik zou het woord wonder willen reserveeren voor die buiten-natuurlijke gebeurtenissen in de zinnelijke wereld (deze laatste beperking, om op het terrein van den physicus te blijven), die ingaan tegen alle bekende natuurwetten en ook geen hoop bieden, daarmede in overeenstemming gebracht te kunnen worden. Keeren we nu terug tot de vraag: Verkeert inderdaad de natuurkundige in andere omstandigheden ten opzichte van het wonder als een ander mensch ? Ik meen te mogen beweren, dat, al is er inderdaad eenig verschil, dit toch lang niet zoo diepgaande is, als het op het eerste gezicht lijkt. Principieel kan hij de mogelijkheid van een wonder niet ontkennen, practisch zal hij er meestal sceptisch tegenover staan en dit gemeen hebben met iedere niet al te licht geloovige, maar eenigszins critisch aangelegde natuur. Principieel kan de mogelijkheid van een wonder niet ontkend worden, omdat het tot het einmalige behoort. Hoe zal ik als natuurkundige ooit kunnen onderzoeken of een wonder werkelijk heeft plaats gevonden ? Mijn methode van onderzoek laat me hier ten eenenmale in de steek. Het eenige wat ik als natuurkundige doen kan, is: trachten de gebeurtenis in questie te reproduceeren. Maar als dit nu eens niet gelukt? Dan blijven er twee mogelijkheden over: óf er zijn mij onbekende omstandigheden in het spel geweest, óf er is een wonder gebeurd. Nu zal het eerste zoo vaak het geval zijn, dat ik meestal aan ernstige overweging van de tweede mogelijkheid niet toe zal komen. Zoo b.v. gebeuren er bijna altijd wonderlijke dingen, als men zich op een nieuw onderzoekingsterrein begeeft. Zooals een bekwaam natuurkundige het eens tegenover mij uitdrukte: in het begin gebeurt juist, wat je niet verwachten zoudt en wat je wel zoudt verwachten, blijft uit. Daar men nu nooit weten kan, of men alle essentieele omstandigheden gereproduceerd heeft, weet men nooit, als een ge^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's

1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 76

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's