Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 86

2 minuten leestijd

74 Maar zoolang die medische philosophie er niet is geldt van wat in mijn eerste stelling is aangeduid als de eigenlijke medische wetenschap — welke de somatische zijde van den mensch bestrijkt en zich als exacte wetenschap aandient — toch stellig 't woord van VisscHER datzij als exacte wetenschap „niet van God" — en we mogen er wel bijvoegen — van bovennatuurlijke zaken, „kan weten omdat het orgaan voor die kennis haar ontbreekt." ') En wat de verklaring betreft, komt daar nog een andere overweging bij. Wanneer een Christen-medicus de mogelijkheid van wonderen aanneemt dan kan hij toch als medicus, wiens studie 't drieledig object heeft van 't gezonde en 't zieke lichaam en van wegen die tot genezing voeren, zich alleen bepalen tot dat deel der verschijnselen op zijn gebied, waarvan hij mag aannemen dat hel door God aan door Hem vastgestelde regelen is gebonden en kan hij nimmer de goddelijke willekeur, die in de wonderen tot uiting komt, tot studiedoel nemen. De goddelijke geneeskunde is zijn terrein niet. Wanneer hij de mogelijkheid van wonderen aanneemt, kan hij hoogstens constateeren dat de eene of andere genezing valt buiten het terrein van de krachten der natuur maar zegt daarmee dan meteen, dat zulk een voorval buiten het terrein der menschelijke geneeskundige studie valt. Hetzelfde geldt niet van alles, wat tot het wonder in den anderen, den ruimeren zin behoort, n.l. in den zin, van „al datgene wat aan den rechtstreekschen invloed der creatio continua moet worden toegeschreven." ^) Medisch onderzoek daarvan stuit echter — zooals ik bij de 3e stelling nader hoop aan te geven — af op 't feit dat de schijnbaar meest eenvoudige processen in 't menschelijk lichaam van een ons onbekende samengesteldheid zijn en wij bij lange na niet alle factoren, die in een bepaald geval den toestand bepalen, kennen. Ik kan dus niet tot titel van mijn inleiding nemen: „de wonderen der geneeskunst", zooals Prof. NOLEN voor zijn bekende rede in 1919 deed. Wat NOLEN beschreef zijn mirabilia, wonderbaarlijke ') Dr. H. VisscHER: Van den eeuwigen vrede tusschen religie en wetenschap pg. 15. 2) Dr. H. W. SMIT : De natuurphil. en het theïsme pg. 155.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's

1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 86

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's