Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 78

2 minuten leestijd

66 scheid maken tusschen een eigenlijk en een pseudo-wonder, — een kriterium om te beslissen, waarmede men in een bepaald geval te doen heeft, lijkt mij niet aan te geven. Een afwijking van de macroscopische natuurwetten, b.v. een spontane ontmenging van twee gassen, laat zich evenmin reproduceeren als een echt wonder. We hebben bij zoo'n pseudo-wonder wel de overtuiging, dat, als we de omstandigheden weer zóó konden kiezen als ze bij de gebeurtenis waren, de gebeurtenis zich ook herhalen zoude, maar we zullen die overtuiging nooit experimenteel kunnen toetsen, omdat we niet bij machte zijn de omstandigheden microscopisch nauwkeurig te reproduceeren. Zoo moet de physicus dus principieel de mogelijkheid toegeven van buitengewone natuurverschijnselen, die tegen alle hem bekende regels ingaan en die krachtens hun aard niet reproduceerbaar zijn, die den schijn hebben van een verbreking der natuurwetten. Als nu echter de mogelijkheid van dergelijke pseudo-wonderen niet ontkend kan worden, hoe zou dan de mogelijkheid van een echt wonder geloochend kunnen worden? De slotsom van de voorafgaande overwegingen is dus, dat een physicus tegenover het wonder principieel niet anders staat dan een ander mensch. Aan zijn wetenschap kan hij geen gronden ontleenen, om de mogelijkheid te ontkennen. De experimenteele methode laat hem in den steek en de mogelijkheid van gebeurtenissen, die minstens zoo wonderlijk zijn, als eenig bekend wonder, moet theoretisch worden toegegeven. Op zich zelf nu kan ik dit resultaat niet bevredigend noemen en wij kunnen hierbij dan ook niet blijven staan, maar moeten toch ook andere zijden van het probleem van het wonder beschouwen. De slotsom waartoe we kwamen, doet maar al te veel denken aan die populair-wetenschappelijke apologetische beschouwingen, die maar een al te ruim gebruik maken van de onzekerheid van alle wetenschappelijke resultaat en hun kracht zoeken in de moeilijk betwistbare stelling, dat men van geen een gebeurtenis de mogelijkheid ontkennen kan. Al vlei ik mij met de hoop, dat het voorafgaande toch nog wel wat meer is dan enkel illustratie van de zooeven genoemde stelling, zoo voel ik ook dat dergelijke beschouwingen niet in staat zijn het geloof in wonderen te wekken, want practisch zal de physicus, evemin als ieder ander wetenschappelijk ontwikkeld of ook nuchter en critisch aangelegd mensch, geneigd zijn het eerste het beste wonderverhaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's

1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 78

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's