1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 65
53
vereeniging ligt practisch werkzaam te zijn met het oog op de beroepskeus. Hij vraagt nog of de groote beteekenis der methode niet speciaal negatief is. De heer VAN DER SPEK antwoordt, dat dit voorloopig wel zoo is, echter later positief zal worden en dat men dan zal kunnen zeggen: die bepaalde richting moet die jongen uit. De heer SCHEPPER vraagt of den spreker, bij de bestudeering der ingevulde vragenlijsten, ook iets gebleken is van 't feit, dat verschillende menschen — en hem zelf zijn verschillende medici bekend — door toevallige omstandigheden „zin" in hun vak krijgen en 't dan ook goed gaan doen. En : of er ook iets uit blijkt van den invloed, dien de bekeering en 't daardoor in een ander licht bezien van een beroep heeft op de wijze van uitoefening ervan. De heer VAN DER SPEK antwoordt, dat de vragenlijsten daaromtrent, voor zoover hem nu nog bekend, geen gegevens bevatten. De Voorzitter brengt hierna den heer VAN DER SPEK den dank der vergadering voor zijn lezing, waarna deze met dankzegging sluit. De Secretaris, C. W. SCHEFFER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's