1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 80
68 de vermenigvuldiging der brooden. Het is een betrekkelijk eenvoudig voorbeeld. We hebben hier met de anorganische natuur te maken en zijn dus min of meer op het terrein van den natuurkundige. Beproeven we ons nu eens in te denken, hoe we hier een verklaring zouden moeten zoeken: onze gewone analogieën en beelden laten ons hier geheel in den steek, juist, omdat we met een wonder te doen hebben. We kunnen eigenlijk niet eens ons een nadere voorstelling van het gebeurde maken. En niet alleen, dat het niet kan, maar ik voel er ook iets tegen, om het te trachten. Het lijkt op een „curieuselijk indringen" en niet op een aandacht wijden aan de hoofdzaak van het wonder: de geestelijke beteekenis. Zouden we den Heere Jezus precies op zijn vingers hebben willen zien, om ons vooral maar niet te laten ontsnappen, wat er toch eigenlijk gebeurde en hoe het wel in zijn werk ging? Ik denk, dat onze aandacht toch wel door heel andere dingen in beslag genomen zou zijn en dat we meer verkeerd zouden hebben in de stemming, waarin Petrus, bij gelegenheid van de wonderbare vischvangst uitriep: „Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mensch". Trouwens, het is de vraag of we wat bijzonders gezien zouden hebben. Alleen moeten we ons er natuurlijk voor hoeden, dat we de wonderen zóó zeer buiten onze voorstelling zouden houden, dat we het wonder er ternauwernood meer in zouden zien. We zouden ze gaan aanvaarden zonder al te veel moeite, omdat we er verder niet bij dachten; maar een waar geloof zou dat allerminst zijn. In deze lijn zou het eenigszins liggen, om te meenen, dat er ook nu nog wonderen geschieden, en daarmede kom ik op de tweede der genoemde vragen. We zouden aldus kunnen redeneeren: als de wonderen alleen maar in het verleden plaats vonden, is het zooveel gemakkelijker om er aan te gelooven. Ze staan dan meer buiten ons. Laten we om dit te voorkomen aannemen, dat ook nu nog wonderen verricht worden. Maar aanstonds voelen we, dat dit toch bezwaarlijk als argument kan gelden. Of er nu nog wonderen gebeuren, is een quaestie van feitelijkheid. Onze wensch, om ook nu nog wonderen te laten plaats vinden, kan daarover moeilijk beslissen. Koogstens kan ze ons er toe leiden, om een bepaalde gebeurtenis eerder als een wonder te aanvaarden, dan we anders gedaan zouden hebben. De vraag blijft dus: gebeuren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's