1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 77
65 beurtenis niet voor herhaling vatbaar is, of men met een wonder te doen gehad heeft of niet. Men kan dus ook nooit de mogelijkheid ontkennen, dat er een wonder heeft plaats gehad. Als de zaak zoo wordt opgevat, is het constateeren van een wonder eigenlijk voor een physcus een onmogelijkheid. In dien zin zegt RENAN (Vie de Jésus p. LI) m.i. terecht: „nous ne disons pas, Ie miracle est impossible, nous disons, il n'y a pas eu jusqu'ici de miracle constate", maar dan is ook ongemotiveerd zijn weigering „aan een wonder te gelooven, zoolang niet een commissie van allerlei wetenschappelijke mannen, physiologen, chemici enz. een zoodanig feit hebbe onderzocht en na herhaalde proefneming als een wonder hebben geconstateerd". (BAVINXK, Dogmatiek I p. 389). Er is een tweede reden, waarom principieel de physicus moeilijk de mogelijkheid van een wonder ontkennen kan; die is daarin gelegen, dat hij niet in staat is de mogelijkheid te ontkennen van wat ik voor een oogenblik een pseudo-wonder zou willen noemen. Daarmede bedoel ik een gebeurtenis, die schijnbaar tegen alles wat we op grond van onze kennis van de natuur verwachten zouden, ingaat. Ik zeide, dat de mogelijkheid van dergelijke gebeurtenissen niet ontkend kan worden en denk dan aan de onderscheiding in macroscopische en microscopische natuurwetten. De laatstgenoemden, de microscopische, gelden voor de bewegingen der kleinste deeltjes, de moleculen, atomen of elcctronen en mogen voorshands, niet principieel, maar de facto, als onverbrekelijk beschouwd worden; de macroscopische worden uit deze eerste afgeleid door waarschijnlijkheids-beschouwingen en statistiekberekeningen en laten dus altijd de mogelijkheid van afwijkingen open. Gebeurtenissen, die geheel indruischen tegen alles wat wij gewend zijn, mogen dus niét als onmogelijk beschouwd worden. Deed zich een dergelijke gebeurtenis voor, wij zouden geneigd kunnen zijn het voor een wonder te houden; een wonder in eigenlijken- zin zou ik het echter niet willen noemen, omdat de microscopische, de fundamenteele, natuurwetten nog niet verbroken behoeven te zijn. De „onttroning van het begrip natuurwet", waarover Prof. KOHNSTAMM'S bekende brochure handelt, is hier m. i. slechts een schijnbare. Zoolang de microscopische wetten nog niet verbroken zijn, is er, dunkt mij, geen reden, om van een eigenlijk wonder te spreken. Maar principieel moge men onder-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's